Militaire diplomatie heeft iets paradoxaals: diplomatieke finesse wordt gecombineerd met geüniformeerde vertegenwoordiging van brute kracht. Dit vraagt om strategische inzet en uitstekende communicatieve vaardigheden. Sun Tzu schreef 2500 jaar geleden al dat het hoogste niveau van overwinning niet zozeer ligt in het strijden en zegevieren in gevechten, maar vooral in het breken van de weerstand van de tegenstander zonder te vechten.[1] Op het internationale toneel zijn daar twee dingen voor nodig: ten eerste de juiste balans tussen assertiviteit en elegantie en ten tweede militair diplomatieke geletterdheid in het Engels. In tegenstelling tot wat we zelf graag denken zijn die goede specifieke Engelse productieve vaardigheden nog niet vanzelfsprekend en dat zou het – zeker in de hogere rangen – wel moeten zijn.[2]

 

Waar assertiviteit gaat over kaders en autoriteit in de boodschap, gaat elegantie over aandacht voor de andere partij, doeltreffendheid en subtiliteit. Militaire diplomatie is niet per definitie vreedzaam.[3] Het gaat vaak samen met druk, macht, dreigementen, gewicht en invloed onder de diplomatieke paraplu van elegantie en dat allemaal in het Engels.

 

Militaire diplomatie is een mysterieus fenomeen en wellicht een stille kracht in het diplomatieke spectrum. Het vindt grotendeels plaats ver onder de radar, zoals de Commandant der Strijdkrachten illustreerde in zijn voorlaatste column,[4] maar ook in openbare optredens moet er winst behaald worden met een duidelijke en heldere boodschap in taal die indruk maakt. Bij aankomst van Zr. Ms. De Ruyter in India werd in verschillende interviews met Indiase media zichtbaar dat er vrij basaal Engels werd gesproken, terwijl een iets hoger abstractieniveau, gecombineerd met concrete voorbeelden en geavanceerdere hoffelijkheden, meerdere dimensies in de boodschap brengt. Het doel was immers onder meer het aanhalen van militaire samenwerkingsverbanden, bijwonen van maritieme symposia, alsmede het bevorderen van de vrije doorvaart.[5] We hebben in dit geval te maken met een beschaving die we nog onvoldoende begrijpen en waar we  tegelijkertijd kritiek op hebben, maar wel de banden mee willen aanhalen.[6] Militair-diplomatieke taal betreft daarom strategische taalhandelingen waarin specifieke effecten in het gebruik van woorden worden beoogd in contexten variërend van persmomenten tot (besloten) (in)formele bijeenkomsten. 

 

Hoe kunnen we op dit punt verbeteringen aanbrengen? Officieren die regelmatig internationaal opereren zouden, als gewenst, met simulaties van media-interviews, speeches, lezingen, gesprekken of persconferenties hun Engels kunnen oefenen of op peil kunnen houden. Daarnaast zou in de langmodelofficiersopleiding en in de Hogere Defensie Vorming tijdens studiereizen ook meer aandacht kunnen zijn voor militair diplomatiek Engels. 

 

Militaire diplomatie heeft als doel veiligheidsontwikkelingen en activiteiten te ‘monitoren, identificeren, appreciëren en beïnvloeden’ ten behoeve van het nationale buitenland- en veiligheidsbeleid.[7] Als we op deze vier infinitieven in het huidige geopolitieke klimaat een maximaal effect willen behalen, dan vereist dat extra investering in linguïstische weerbaarheid in militair diplomatiek Engels.

 


[1]Sun Tzu, The art of war (Chartwell Books, 2012) 16.

2 Education First, English Proficiency Index: A Ranking of 123 countries by English Skills (2025) 1-57.

[3] Mirjam Grandia en Ted Mutsaers, ‘Militaire diplomatie als enabler en handelingsoptie voor Defensie’,  Militaire Spectator 190 (2021) (6) 307. 

[4] Generaal Onno Eichelsheim, ‘Achter de schermen van een militaire middenmacht’, Intranet Defensie (8 juni 2026).

[5] Stijn Jaspers, ‘ Zr. Ms. De Ruyter op koers tijdens Pacific Archer 2026’, Alle Hens (2026) (4) 2.

[6] Aletta André, ‘‘India trekt zich niets meer aan van Nederlandse kritiek. ‘Die tijd is voorgoed voorbij’’, Trouw 11 juni 2026. 

[7] Grandia en Mutsaers (2021) 306. 

Over de auteur(s)