De Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag werd dit jaar extra groot gevierd, het is immers de 250e ‘Fourth of July’. In New York waren de Nederlandse marine en luchtmacht begin juli een aantal dagen aanwezig om deel te nemen aan de festiviteiten. De Oosterschelde, een Nederlands zeilschip, voer als eerste schip de Hudson River op voor een vlootschouw. Vier F-35’s van de Koninklijke Luchtmacht vlogen mee in een grote luchtshow met meer dan 200 vliegtuigen en helikopters uit verschillende landen.[1]
De historische band tussen Nederland en de VS gaat ver terug. ‘The First Salute’ betekende zelfs de eerste internationale erkenning van de VS als onafhankelijk land. Gouverneur van Sint Eustatius Johannes de Graaff liet de kanonnen van Fort Oranje de saluutschoten van het Amerikaanse Schip Andrew Doria beantwoorden. Een eerste teken van vriendschap tussen de twee landen, waar de Engelsen het echter geheel niet mee eens waren.

‘The First Salute’: Fort Oranje op Sint Eustatius beantwoordt de saluutschoten van het Amerikaanse schip Andrew Doria, de eerste internationale erkenning van de Amerikaanse onafhankelijkheid. Afbeelding Naval History and Heritage Command
Saluutschoten, vlootschouwen en luchtshows vormen allemaal een onderdeel van militair uiterlijk vertoon. De betekenis van zulk vertoon heeft door de jaren heen ontwikkelingen doorgemaakt, afhankelijk van de plaats en context van verschillende krijgsmachten. In 1970 analyseerde majoor der Genie J. Zielhuis militair uiterlijk vertoon in relatie tot bestaande maatschappelijke opvattingen. Aanleiding hiervoor was een groep ontevreden korporaals, die ‘stelden dat een feestelijke vertoning als een parade niet thuis hoort in een oorlogsbedrijf zoals het leger is’.[2]
Hadden deze korporaals, ‘progressieve jongeren’, een punt? ‘Voldoet de parade nog, als vorm van militair uiterlijk vertoon, afgewogen tegen de huidige maatschappelijke opvattingen en hoe staat het dan met de andere vormen van militair uiterlijk vertoon?’, vroeg Zielhuis zich af.
De auteur onderscheidt drie doelstellingen van militair uiterlijk vertoon: uiting van macht, informatie verschaffen ter verbetering van de verhouding tussen volk en krijgsmacht, en het handhaven van tradities. Het oorspronkelijke doel van parades, de macht van de staat tonen, is verdwenen: ‘In staten met een democratische bestuursvorm, waar demonstratie van macht tegenover de eigen bevolking op deze wijze nauwelijks nodig was, groeiden parade en defilé uit tot een feestelijke gebeurtenis.’ En ‘Het effect van de parade in Nederland, als een vertoon van machtsmiddelen om de huidige tegenstander en bondgenoot te imponeren, is nauwelijks meer aanwezig’, want de ‘dreigings- en afschrikkingsfunctie van de conventionele wapens van de Nederlandse krijgsmacht is immers (…) relatief sterk afgenomen.’ Dat geeft te denken, nu afschrikking in het kader van hoofdtaak 1 weer hoog op de agenda staat.

De Nederlandse marine en luchtmacht waren in New York aanwezig bij de viering van de Amerikaanse onafhankelijkheid. Foto MCD
Voor vlootschouwen en luchtshows geldt ongeveer hetzelfde, aldus Zielhuis: ‘Analoog aan de parade bij de landmacht kunnen vlootschouw en luchtmachtshow worden beschouwd als vertoon met het doel recreatie en informatie te verschaffen ter verbetering van de verhouding volk/krijgsmacht. Ook bij dit vertoon is nauwelijks meer een machtsaspect aanwezig’.
Het derde doel, handhaven van tradities, is van ondergeschikt belang, zegt Zielhuis. Het ‘is voor een deel gerelateerd aan de symboolfunctie van de strijdkrachten. Dit deel van de tradities kan, met het disfunctioneel worden van de symboolfunctie, grotendeels worden afgeschaft.’ De majoor beveelt aan om militair uiterlijk vertoon te richten op de verbetering van de verhouding tussen volk en krijgsmacht. Vlootschouwen, luchtmachtshows en demonstraties zijn hierbij zeer effectief, maar parades kunnen vaak nog rekenen op kritiek. Die kunnen ‘worden vervangen door oefeningen en demonstraties op eigen terrein, dat daartoe vrij voor het publiek toegankelijk moet zijn’. Zo lijkt majoor Zielhuis de klagende korporaals gelijkt te geven: feestelijke parades horen niet meer thuis in een oorlogsbedrijf.
[1] Ministerie van Defensie, ‘Defensie aanwezig bij viering 250 jaar Amerikaanse onafhankelijkheid’, 6 juli 2026. Zie: https://www.defensie.nl/actueel/nieuws/2026/07/06/defensie-aanwezig-bij-viering-250-jaar-amerikaanse-onafhankelijkheid.
[2] J. Zielhuis, De betekenis van militair uiterlijk vertoon geprojecteerd op de bestaande maatschappelijke opvattingen’, Militaire Spectator 139 (1970) (2) 61-71. Zie: https://militairespectator.nl/uitgaven/militaire-spectator-1970-002.