Wanneer komt iets groot in het nieuws? Als het groot nieuws is, denkt u misschien in uw onschuld. Maar dat is slechts een voorwaarde, geen garantie. Of de media ergens mee uitpakken, hangt af van een krachtenveld waar de journalist die het nieuws ontdekt frustrerend weinig invloed op heeft. Daarom kon Seymour Hersh met zijn onthullingen over My Lai in 1970 de Pulitzer-prijs winnen, terwijl Alexander Shimkin die nog grotere ontdekkingen deed over het Amerikaanse militaire optreden in Vietnam niet veel later zou sterven zonder dat zijn onderzoek de pers had gehaald.
Over Alex Shimkin en zijn nauwgezette onderzoek naar de militaire operatie Speedy Express heeft de Nederlandse filmmaker Kasper Verkaik een documentaire gemaakt, Soldier’s Bones, die eerder dit jaar in première is gegaan en in september wordt uitgezonden door NPO.
Alex Shimkin was een jonge, gedreven Amerikaan, die als ontwikkelingswerker naar Vietnam ging en daar vloeiend Vietnamees leerde. Vervolgens raakte hij als stringer verbonden aan Newsweek. Voor dit tijdschrift bestudeerde Shimkin de verslagen van gevechtshandelingen van het Amerikaanse leger in Vietnam. Het viel Shimkin op dat er bij de militaire operatie Speedy Express, die tussen december 1968 en mei 1969 had plaatsgevonden in de Mekong Delta, veel meer vijandelijke doden waren geadministreerd dan er wapens in beslag waren genomen. De discrepantie was enorm. In totaal waren er volgens de rapporten 10.889 communistische strijders gedood en slechts 748 wapens buitgemaakt. Shimkin wist dat dit niet kon kloppen; het was algemeen bekend dat het Nationale Bevrijdingsfront (NLF) – door de Amerikanen in navolging van het Zuid-Vietnamese bewind denigrerend ‘de Vietcong’ genoemd – zeer goed bewapend was.
Samen met de chef van Newsweek in Saigon, de slechts vier jaar oudere Kevin Buckley, deed Shimkin maandenlang onderzoek naar Speedy Express. Ze spraken met Amerikaanse ambtenaren en militairen, bestudeerden de patiëntendossiers in het ziekenhuis van Ben Tre en doorkruisten de Mekong Delta met jeep, boot en te voet om de overlevenden van Speedy Express te interviewen. Hun onderzoek mondde uit in een artikel van 5000 woorden – vijf keer zo lang als deze column.
Het artikel maakte duidelijk dat de massamoord in My Lai, waarbij 500 Vietnamezen – voornamelijk vrouwen en kinderen – waren omgekomen, geen incident was, maar dat het Amerikaanse militaire beleid in Vietnam structureel leidde tot de dood van onschuldige en ongewapende burgers. Tijdens Speedy Express alleen al waren ten minste meer dan tien keer zoveel burgers omgekomen als in My Lai.
Met veel moeite was het Shimkin en Buckley gelukt om een quote te krijgen van de militair die verantwoordelijk was voor Speedy Express. Zo’n officieel weerwoord was belangrijk om het artikel gepubliceerd te krijgen. De bevelhebber was luitenant-generaal Julian Ewell, een ijzervreter, die erop gebrand was te laten zien dat de VS de oorlog nog kon winnen. Zijn antwoord op de vraag naar de discrepantie tussen het aantal vijandelijke doden en het aantal ingenomen wapens, luidde in al zijn leugenachtige eenvoud: ‘Mijn manschappen waren zo goed, dat ze de VC neerhaalden, voordat die hun wapens hadden kunnen pakken’.
In feite werden de manschappen onder druk gezet met death quota, het aantal Vietcong dat ze moesten doden. In de praktijk werd daardoor iedere Vietnamees doelwit. De peak killing hour was rond 17.00 uur, wanneer de kinderen van school naar huis liepen. In de mooiste en tegelijkertijd beklemmendste scènes uit de documentaire neemt de camera ons mee over de delta en in de jungle, terwijl getuigen vertellen hoe zij daar als kind werden achtervolgd door de Amerikanen. ‘Je moest rustig blijven lopen, want als je ging rennen, dan gingen ze op je schieten.’
In januari 1972 was het artikel klaar en ging het op de kabel van Saigon naar Newsweek in New York. Buckley, die van de twee de meeste journalistieke ervaring had, verwachtte dat het een enorme klapper ging worden. Tenslotte waren er meer hoge officieren bij betrokken dan bij de massamoord in My Lai, waren er meer dan tien keer zoveel burgerslachtoffers mee gemoeid en plaatste het artikel My Lai in een groter verband.
Het artikel verdween echter in een la. President Richard Nixon hield op 25 januari 1972 een televisietoespraak waarin hij de natie vertelde dat de VS en Zuid-Vietnam vredesonderhandelingen waren begonnen met Noord-Vietnam. De hoofdredactie van Newsweek wilde geen spelbreker zijn en vond het niet juist om op dit moment met zulk negatief nieuws over Vietnam naar buiten te komen. Later zou bekend worden dat Nixon terwijl hij deze vredesboodschap bracht in het geheim de luchtoorlog intensiveerde. Wel trok hij de Amerikaanse troepen terug uit Vietnam. De Zuid-Vietnamezen moesten nu zelf het grondwerk doen. Aangezien er door deze zogeheten Vietnamisering van het conflict steeds minder Amerikaanse doden te betreuren waren, verloor het Amerikaanse publiek zijn belangstelling voor de oorlog. Ook hierdoor werd het moeilijker om grote artikelen over Vietnam geplaatst te krijgen.
Buckley liet het er niet bij zitten. Hij bleef de hoofdredactie bestoken en een halfjaar later werd een sterk ingekorte en afgezwakte versie van het oorspronkelijke artikel in Newsweek gepubliceerd. Shimkin was toen al overleden. Gedesillusioneerd als hij was geraakt nadat het artikel was weggelegd, ging hij te grote risico’s nemen. Hij begaf zich ver in door het NLF gecontroleerd gebied, waar hij met granaten bestookt om het leven kwam.
Het valt mij op dat mensen zich vaak niet realiseren hoe lastig het voor media is om met nieuws te komen waar de samenleving niet aan toe is. Journalistiek is grotendeels een commerciële onderneming: als er geen markt is voor nieuws, dan houdt het op. Dus in plaats van alleen te wijzen op de feilen van de media, zou het ons sieren ook onze eigen rol als nieuwsconsument onder ogen te zien. We krijgen als samenleving het nieuws dat we verdienen.
Rest de vraag of de documentaire in dit alles iets nieuws heeft gebracht. Niet echt, nee. De perverse werking van de body count als maatstaf van militair succes is algemeen bekend. De rol van Buckley en Shimkin bij de verslaggeving over Speedy Express is al eerder beschreven door Nick Turse in zijn Kill anything that moves (2013). Ook de Vietnamese getuigen die aan het woord komen zijn al eerder geïnterviewd door het televisieprogramma 60 minutes II. Wel is naar aanleiding van het onderzoek ten behoeve van de documentaire door de Amerikaanse overheid aan de familie Shimkin gemeld dat Alex is omgekomen en waar dat precies is gebeurd. Dit was al sinds 2014 bekend, maar de organisatie die zich bezighoudt met de missing in action (MIA) in Vietnam had verzuimd dat door te geven. Het ging tenslotte niet om de botten van een soldaat, maar om die van een kritische journalist. Vandaar dat de titel van de documentaire, Soldier’s Bones, ook wat ongerijmd blijft.
Nieuw of niet nieuw, het is toch belangrijk dat deze verhalen steeds opnieuw worden verteld. Bij de nabespreking van de documentaire in het Kijkhuis in Leiden gaven vier jonge Amerikaanse vrouwen uit het publiek aan dat zij op school in de VS bijna niets over de Vietnamoorlog hadden geleerd. ‘Een alinea in het handboek, meer was het niet,’ zeiden ze. Toen ik als gespreksleider mijn verbazing daarover uitsprak, viel ik in de volgende. Want daarop vertelden Nederlandse studenten dat zij tijdens hun geschiedenislessen op school bijna niets over de Nederlandse dekolonisatieoorlog in Indonesië hadden gehoord. Er zijn nog veel zwarte bladzijden om van te leren.