‘Oorlogen worden gewonnen door leraren, niet door generaals.’ Dit zegt de Russische leider Vladimir Poetin in een toespraak die voorkomt in de documentaire Mr Nobody against Putin. De Mr Nobody die het opneemt tegen Poetin heet Pavel Talankin en werkt op een school in Karabasj, een kleine stad in de Oeral. Hoewel we in de trailer beelden zien van ginnegappende scholieren, is de film zelf behoorlijk deprimerend. De school wordt gedwongen stap voor stap de nieuwe richtlijnen voor het onderwijs van het regime na te leven. De lesstof verandert in propaganda. Op de vraag ‘wat is de oudste Russische stad?’, horen de leerlingen ‘Kiev’ te antwoorden. Met gym leren ze marcheren. Als literatuuropdracht moeten ze een brief schrijven aan een soldaat aan het front. De jongens worden zodra ze hun diploma op zak hebben, opgeroepen voor militaire dienst en keren in een kist terug uit Oekraïne. 

Talankin is de evenementencoördinator en videograaf van de school. Hij moet video-opnamen naar Moskou sturen om te bewijzen dat de nieuwe onderwijsrichtlijnen op zijn school worden gevolgd. Van deze taak maakt hij gebruik om in het geheim opnamen voor de documentaire te maken. De Europese producenten van de film helpen hem vervolgens Rusland te ontvluchten.

Talankin zegt in de documentaire: ‘Het voelde alsof wij de oorlog ook moesten voeren’. En inderdaad, de hele Russische maatschappij wordt ingezet voor de oorlog in Oekraïne. Niet in de laatste plaats de journalistiek. Vorig jaar, toen de documentaire van Talankin uitkwam, publiceerde het Russische journalistenstel Andrej Soldatov en Irina Borogan een boek met dezelfde thematiek. Borogan en Soldatov zijn net als Talankin uit Rusland gevlucht en leven sinds 2020 in ballingschap in Londen. Hier vragen zij zich af hoe het kan dat hun collega’s en vrienden van weleer propagandisten van Poetin zijn geworden. Het antwoord vinden op die vraag was de drijfveer voor hun boek, Our dear friends in Moscow.

Borogan en Soldatov begonnen hun loopbaan als journalist in de hoopvolle jaren 2000, toen Rusland nog volop meedeed met de (westerse) wereld. Tegelijkertijd was 2000 ook het jaar dat Poetin aan de macht kwam. Het boek laat de transitie zien die Rusland heeft doorgemaakt naar een hernieuwde dictatuur vanuit het perspectief van de media en toont hoe oorlog daarin een grote rol speelt. 

Zodra Poetin president was, opende hij de aanval op mediamagnaat Vladimir Goesinski. NTV, de eerste Russische commerciële televisiezender die was opgericht door Goesinski, was tijdens de Tsjetsjeense oorlog kritisch geweest ten aanzien van de regering en de veiligheidsdiensten. Goesinski werd opgepakt, NTV werd hem afgetroggeld en hij week uit naar het buitenland om nooit meer terug te keren. Vanwege de liberale retoriek die Poetin in zijn beginjaren als president ventileerde, leek het een incident. 25 jaar later weten we beter. In feite was het de aftrap van de stelselmatige onderdrukking van de media, die na de inname van de Krim in 2014 en de invasie van Oekraïne in 2022 nieuwe dieptepunten zou bereiken. 

Als jonge journalisten hebben Borogan en Soldatov moeite om aan de bak te komen bij de gevestigde media en richten zij zich daarom in eerste instantie op de mogelijkheden die het nieuwe internet biedt. Ze zetten de website Agentura op, die met openbaar toegankelijke bronnen de Russische inlichtingen- en veiligheidsdiensten in kaart brengt. Ondertussen krijgen ze toch een baan bij een krant, Izvestia. Deze krant stamt nog uit de Sovjettijd, maar is dan inmiddels prowesters. Hier leren ze de meesten van hun goede vrienden kennen, onder wie hun directe baas Jevgeni Kroetikov, de chef van de politieke redactie, en zijn twee vrienden Petr Akopov en Zhenya Baranov uit de tijd dat zij alle drie geschiedenis studeerden.

Anders dan hun collega’s laten Borogan en Soldatov zich niet inkapselen door de overheids- en veiligheidsdiensten waarover zij publiceren. Soldatov krijgt na een interview met een functionaris van de FSB het aanbod toe te treden tot de selecte kring van journalisten, via wie de veiligheidsdienst zijn propaganda en desinformatie uitzet. Hij weigert beleefd. Het stel is inmiddels naar de meest kritische krant uitgeweken, de Novaja Gazeta, als het in oktober 2008 een portret van een andere FSB-functionaris maakt. Uit dit artikel blijkt dat de functionaris een sleutelrol speelt in de moord op de bekende journaliste Anna Politkovskaja. De Novaja Gazeta publiceert hun artikel, maar als niet veel later de betreffende figuur weer in ere wordt hersteld en zijn functie terugkrijgt bij de FSB, worden Borogan en Soldatov zonder uitleg door de krant ontslagen. 

Het mag een wonder heten dat zij zich vervolgens nog twaalf jaar in Moskou staande weten te houden als onafhankelijke journalisten, gespecialiseerd in de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, alvorens zij het teken krijgen dat hun tijd op is. In de lente van 2020 wordt de vergunning voor hun website Agentura opeens ingetrokken. Als ze uitzoeken waarom, blijkt dat Soldatov als overleden is geadministreerd. Ze begrijpen dat dit een hint van het regime is die ze niet kunnen negeren en vluchten via Zwitserland naar Londen.

Ondertussen hebben hun vrienden een heel andere weg genomen. Zowel Akopov als Kroetikov werken voor Vzglyad, een orgaan van de presidentiële ambtelijke organisatie.  Beiden hebben de inname van de Krim en de invasie van Oekraïne hierin juichend beschreven. Akopov, een vriendelijke boekenwurm, is een van de meest agressieve propagandisten van het regime geworden. Hij riep na de invasie op tot de Endlösung van de Oekraïense kwestie. Veel eerder had hij ook al tot agressie opgeroepen bij de grote demonstratie van 24 december 2011, waarvan oppositieleider Alexej Navalny de aanvoerder was. Die dag noemt Akopov op Facebook het uit de weg ruimen van Navalny de enige optie onder het motto ‘Beter het bloed van één dan dat van miljoenen’.  Soldatov en Borogan verklaren de opruiende post door te wijzen op de fenomenale intuïtie van Akopov, die aanvoelde dat de stemming in het Kremlin ten aanzien van de protesten aan het verharden was. Met het bericht op Facebook toonde hij zijn bereidheid daarin mee te gaan.

Akopov, Baranov en Kroetikov, hun vrienden van weleer, zijn alle drie historici en begrijpen volgens Soldatov en Borogan daarom als geen ander dat Rusland gedoemd is te worden geregeerd door een dictator – of het nu een tsaar, kameraad of veiligheidsofficier is. De enige keuze die overblijft, is om ofwel buiten het regime te blijven, een verliezer en een slachtoffer van repressie te worden of te proberen binnen het regime een rol te spelen. Aangezien alle drie ambitieus zijn, hebben zij volgens Soldatov en Borogan voor de laatste optie gekozen. Dit is het dichtst dat de twee auteurs komen bij een antwoord op de vraag die hen dit boek deed schrijven. Er blijven genoeg ongerijmdheden over. 

Een van die ongerijmdheden is de opstelling tegenover het Westen. Akopov stelde naar aanleiding van de bezetting van de Krim in maart 2014 instemmend vast in Vzglyad dat het liberale experiment in Rusland nu ten einde was en dat ook was afgerekend met de idee dat Rusland deel uitmaakt van de westerse beschaving. We hebben hem en de andere vrienden in het boek dan al leren kennen als liefhebbers van Europa. Des te moeilijker is het om hun antiwesterse opstelling te begrijpen. Hun agressie ten aanzien van het Westen heeft iets van een crime passionel, een misdaad uit jaloezie. Voor mij is dit een aansporing me in te zetten voor het behoud van wat terecht zo’n jaloezie opwekt. Want in het Westen rukt de dictatuur ook op. Laten we zorgen dat ons een andere keuze overblijft en dat we niet op zijn best eindigen als verliezers, die eigenlijk morele winnaars zijn.

Over de auteur(s)

Dr. R. (Pien) van der Hoeven

Dr. R. (Pien) van der Hoeven is historicus en mediaspecialist.