Luitenant-generaal b.d. Mart de Kruif haalt in de theatervoorstelling Veldheren Historisch, haast onvermijdelijk, Carl von Clausewitz aan, maar raadt het publiek aan het beroemde boek van de Pruisische generaal niet te lezen. Bij het verschijnen van Vom Kriege, dat werd gepubliceerd kort na het overlijden van Clausewitz, dacht de redactie van de Militaire Spectator daar duidelijk anders over.
‘In het verlies van dien schrijver heeft men, naar het gevoelen van bevoegde beoordelaars den Kant der krijgskunst te betreuren’, stond te lezen in de tweede jaargang van het tijdschrift, in 1833.[1] Met ronkende teksten plaatst de redactie van de Spectator Clausewitz op een voetstuk. Zijn werk is ‘het onderwerp van belangrijke mededeelingen, onder de officieren van den waren stempel’ en Vom Kriege ‘is welligt het wijsgeerigste boek dat tot nog toe over de krijgskunst geschreven is.’ Clausewitz deed zijn invloed meteen gelden, aldus de redactie, want op een ander belangrijk werk dat tezelfdertijd verscheen heeft ‘het eerste gedeelte van het vroeger verschenen werk van den Generaal Von Clausewitz, deszelfs wijsgeerige strekking (…) uitgeoefend.’

Vom Kriege, het ‘welligt wijsgeerigste boek over de krijgskunst’
Een paar jaar later bleek eens te meer waartoe de wijsheid van Clausewitz in staat was. Bij een zoektocht naar het nut van het bestuderen van de krijgsgeschiedenis zaten redactieleden na het lezen van talloze boeken en teksten metaforisch ‘aan eenen wèl bezetten disch, vol heerlijke geregten, doch nog altijd met een zeer traag werkend verduwings-stelsel. Er haperde dus nog veel, om voor ‘t minst van enkele dezer geregten het ware voedsel te trekken.’[2] Clausewitz bracht de boel op gang, want hij ‘leverde een maagbitter, dat ons voor de spijsvertering diende; deze scherpte, voor ‘t minst, ons oordeel, ofschoon dat ook hij ons bitter deed gevoelen, dat wij in vele zaken onzen tijd beter hadden kunnen besteden.’ De wil om militaire geschiedenis verder te onderzoeken kreeg door Clausewitz een knauw, misschien heeft De Kruif dus wel gelijk, maar hij scherpte in ieder geval de geest.
[1] Redactie, ‘Verscheidenheden’, Militaire Spectator 2 (1833) (8).
[2] Redactie, ‘Bedenkingen over enkele punten van het krijgskundig onderwijs en voornamelijk der krijgs-geschiedenis’, Militaire Spectator 6 (1838) (8).