De defensienota 2026 is de derde nota in vier jaar. Het schijnt dat het regel is dat elk kabinet nu zijn eigen defensienota uitbrengt en dat we het moeten doen met korte nota’s met daarin algemeen geformuleerde beleidsvoornemens van de regering. De trend van deze defensienota’s nieuwe stijl begon in 2013 met de nota In het belang van Nederland, waarbij de defensienota niet meer het uitgebreide planningsdocument was waarin het vraagstuk van legervorming en inrichting van de krijgsmacht werd beantwoord. De laatste defensienota waarin dat wel stond dateert uit 2000. 

 

De defensienota 2026 Samen voorwaarts! wijst er terecht op dat Defensie niet alleen de weerbaarheid van het land bepaalt, maar dat we dat samen met de samenleving moeten doen.[1] Maar als je samenwerkt met de weerbare samenleving dan moet je die samenleving ook laten weten wat je gaat doen en moet zij de kans krijgen daarover mee te praten, met andere woorden er is behoefte aan een maatschappelijk debat over de precieze rol en taak van de krijgsmacht. Op dat punt schiet deze defensienota net als de twee eerdere nota’s uit 2022 en 2024 tekort. De strategische doelen uit de defensienota 2026 zijn helder en kunnen rekenen op breed maatschappelijk draagvlak. Maar ook deze nota laat na die doelen te vertalen in concrete acties en capaciteiten. Net als in 2024 zijn de doelstellingen niet vertaald naar SMART-subdoelen[2] en dat maakt het maatschappelijk debat erover lastig, zo niet onmogelijk. 

 

De huidige nota kiest voor ‘een pakket aan maatregelen dat het meest bijdraagt aan het militair vermogen dat Nederland nodig heeft om de vier strategische doelstellingen te realiseren’, maar laat na te zeggen waaruit dat pakket aan maatregelen precies bestaat en welke keuzes daarbij zijn gemaakt. De nota komt niet verder dan een negental leidende principes die sterk doen denken aan een update van de tien inrichtingsprincipes uit de Defensievisie 2035 en waar niemand op tegen kan zijn. Zomaar twee voorbeelden: ‘De krijgsmacht moet wendbaar zijn en inspelen op nieuwe dreigingen’: ja, maar hoe dan? ‘Defensie investeert in digitale en innovatieve kracht van de krijgsmacht’: ja, maar hoe dan? Elk van die principes roept zo de vraag op: ja, maar hoe dan? De antwoorden staan hopelijk in de vertrouwelijke bijlage, maar in elk geval niet in de defensienota zelf die daarover zegt dat ‘de gemaakte keuzes vertrouwelijke informatie betreffen en daarom niet openbaar en in detail kunnen worden toegelicht’. 

 

Het vraagstuk van legervorming en het inrichten van de krijgsmacht is zeer complex. Vroegere defensienota’s (tot en met 2000) gingen daar uitgebreid op in. Nu laten wij de oplossing van het vraagstuk met de defensienota’s nieuwe stijl volledig bij de experts van Defensie. Wij hebben er alle vertrouwen in dat daar iets goeds uitkomt, maar het is jammer dat de samenleving de mogelijkheid ontzegd wordt zich een goed oordeel te vormen over de toekomstige krijgsmacht. Gaan we hier dan niet samen voorwaarts?


[1] Defensienota 2026. Samen voorwaarts! (Den Haag, ministerie van Defensie, 29 juni 2026).

[2] ‘De devaluatie van de defensienota’, editoriaal, Militaire Spectator 193 (2024) (11) 617.

Over de auteur(s)