Wat is de overeenkomst tussen militair gereed zijn en zwanger zijn? Je bent het, of je bent het niet. Je kunt niet een ‘beetje zwanger zijn’ of, in militaire managementtaal, ‘partieel zwanger zijn’. Over de inhoud van wat ‘gereed zijn’ betekent hebben we in NAVO-verband afspraken gemaakt. Dat gaat verder dan de 5%-norm.

Er zijn namelijk ook afspraken over de militaire capaciteiten die we voor dat geld moeten kunnen leveren, zowel kwantitatief als kwalitatief. Nederland heeft zich gecommitteerd aan het aantal en soort eenheden die we beschikbaar moeten hebben in NAVO-verband (NAVO Capability Targets). Ook zijn er afspraken over de kwaliteitsnormen waar deze eenheden aan moeten voldoen (Capability Codes en Statements). Elke vier jaar vindt er een evaluatie plaats in hoeverre Nederland zich heeft gehouden aan deze afspraken, waarvan de laatste in 2024 plaatsvond en waarbij de conclusie was dat Nederland zowel kwantitatief als kwalitatief significante tekortkomingen heeft.[1]

De afgelopen jaren konden we hier nog enigszins mee weg komen. Oorlog en collectieve zelfverdediging leken iets van vergane tijden. En met creatief boekhouden en rapporteren kwamen we een heel eind.  Beproefde strategieën hiervoor zijn onder andere de ‘watermeloenmethode’, de partiële gereedmelding of de ‘pragmatismekaart’ trekken.

De watermeloenmethode is een manier van rapporteren waarbij iets aan de buitenkant groen lijkt, maar vanbinnen eigenlijk rood is. De rapportage ziet er dus positief uit, maar onderhuids spelen er serieuze problemen. Binnen Defensie is het ook nog wel voorgekomen dat eenheden partieel gereed werden gemeld. Een mooie managementterm, waarbij je toch kunt melden dat je een soort van gereed bent. Het heeft een positievere connotatie dan niet gereed zijn, terwijl de uitkomst hetzelfde is: namelijk, je bent nog niet gereed voor de taak.

Mocht bovenstaande nu niet lukken, dan kun je altijd nog de pragmatismekaart trekken, waarbij ‘we het vooral pragmatisch moeten aanpakken’. Hierbij wordt het woord ‘pragmatisch’ gebruikt als excuus om normen los te laten, risico’s te accepteren zonder ze expliciet te maken, structurele problemen tijdelijk te maskeren of normen ondergeschikt te maken aan snelheid. Met de oproep voor versnelde gereedstelling en de druk op de organisatie is het een reëel risico dat de kwalitatieve norm ondergeschikt raakt, net als met het mortierongeval in Mali, waarbij kwaliteitsnormen ondergeschikt raakten onder organisatiedruk.[2] Nu we de normen collectief hebben afgesproken, wordt de pragmatische aanpak (gelukkig) een stuk lastiger dan toen we alles nog nationaal zelf konden bepalen. 

Kortom, zolang je niet aan de vereisten voldoet, is de zwangerschapstest negatief en geen enkele creatieve rapportage of pragmatische insteek gaat daar iets aan veranderen. Zo is het ook met gereedheid en tot die tijd zullen we het moeten doen met de krijgsmacht die we daadwerkelijk hebben en niet met de krijgsmacht die we rapporteren. Daarbij zullen we onmiddellijk aan de slag moeten om de norm wel te halen.

 

[1] NATO Defence Planning Capability Review 2023/2024, The Netherlands Overview, 10 juni 2024.

[2] Eindrapport Commissie van onderzoek mortierongeval Mali, 14 oktober 2025.

Over de auteur(s)