Hoge prijzen voor scheepvaartverzekeringen, blokkades van havens, inzet van mariniers, en poging tot regime change. Amerika dat ‘tegelijk een zeer machtig en een pijnlijk onmachtig land’[1] is en lokale strijders die worden opgeofferd. Dit zou op de actualiteiten rond de Straat van Hormuz kunnen slaan, maar die zijn niks nieuws onder de zon.
J.R. Evenhuis beschreef in de Militaire Spectator de strijd van de VS tegen zeerovers in de Middellandse Zee aan het begin van de 19e eeuw. Deze zeerovers werden aangestuurd door piratenstaatjes als Tripoli, die zelfs officiële oorlogsverklaringen afgaven aan Washington. Thomas Jefferson, toen president van de VS, stond een Amerika voor ogen dat in zichzelf gekeerd was, agrarisch, en veilig teruggetrokken achter de Atlantische Oceaan, beschermd tegen verderfelijke Europese invloeden. Onder druk van handelsbelangen, Amerikaanse handelsschepen waren actief in het Middellandse Zeegebied, moest hij echter in actie komen en raakte de VS verwikkeld in wat Evenhuis noemt de ‘eerste ware buitenlandse oorlog’ die het te land te voeren kreeg. Het begon met ‘wat meer vlagvertoon’ en een Amerikaanse blokkade van de haven van Tripoli. Een van de schepen liep echter vast en de bemanning werd door Tripoli als slaven afgevoerd, een gevoelige klap voor de Amerikaanse publieke opinie.

Nieuwe Amerikaanse mariniers zingen de Marines’ Hymn, ‘From the halls of Montezuma to the shores of Tripoli’. Foto U.S. Marine Corps, Brendan Custer
Wat volgde was ‘de vreemdste guerrilla-actie die de wereld vermoedelijk ooit heeft gezien’. Een Amerikaan, William Eaton, trok naar Egypte om troepen te verzamelen die een verdreven machthebber op de troon van Tripoli moesten terugplaatsen. Deze Achmed was de oudere broer van de zittende machthebber van het zeeroversstaatje. Met geld uit Nederland verzamelde Eaton ongeveer 500 ‘hele en halve militairen van de verschillendste pluimage’. Tien mariniers van het nog nieuwe U.S. Marine Corps moesten het geheel enigszins bijeen houden op de tocht dwars door de woestijn vanuit Egypte richting Tripoli. 8oo kilometer verder veroverden ze de stad Derna op de soldaten van de pasja van Tripoli, die daarop ‘door het wapenfeit geïmponeerd, vrede sloot met de Verenigde Staten’. Eaton moest zich met Achmed direct melden op een Amerikaans schip, met ‘achter- en in-de-steeklating van allen die met hem door dik en dun waren gegaan en die, als partijgangers van Achmed, thans ver van hun basis aan de genade van een wraakzuchtige pasja waren overgeleverd’.
‘Al is de raid naar Tripoli van 1805 bijna totaal aan de vergetelheid prijsgegeven’, schrijft Evenhuis, ‘op één merkwaardige plaats leeft hij voort’. In de ‘Marines’ Hymn’ zingt men ‘From the halls of Montezuma, to the shores of Tripoli’, al is de volgorde van deze wapenfeiten chronologisch andersom. ‘Dat eerste Amerikaanse militaire optreden in het
Midden-Oosten is trouwens door zo'n lange periode van Amerikaanse absentie in dat deel van de wereld gevolgd (…) dat men kan begrijpen waarom die kusten van Tripoli vervaagden’, zegt Evenhuis. Waarschijnlijk weten de meeste Amerikanen inmiddels wel waar de Straat van Hormuz ligt.
[1] J.R. Evenhuis, ‘De CIA, gestruikeld over Thomas Jefferson’, Militaire Spectator 145 (1976) (6).