Songs of liberation in the Netherlands opent sterk en ook herkenbaar door stil te staan bij het feit hoe belangrijke politieke en militaire gebeurtenissen in vooral de Amerikaanse geschiedenis van de 20e eeuw een weerklank kregen in muziek. Voorbeelden daarvan zijn de Vietnamoorlog en de burgerrechtbeweging die werden bezongen door – onder vele anderen – Joan Baez, Bob Dylan en Crosby, Stills, Nash & Young. Wat verder in het boek trekt de belangrijkste auteur, Frank Mehring, die lijn breder en ook langer door, bijvoorbeeld door ook stil te staan bij het Russische punkcollectief Pussy Riot, hun mix van kunst en activisme en de effecten van hun optredens. Muziek, aldus Mehring, voorspelt soms belangrijke maatschappelijke fenomenen en weerspiegelt die ook (blz. 17). Dat geldt in dit boek voor de periode van september 1944 tot en met de zomer van 1945, de nadagen van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De opbouw van het boek is een bijzondere, namelijk die van een klassiek muziekstuk. Na een inleiding in de vorm van een prelude, bestaat de hoofdmoot uit twee zogeheten suites. De coda bevat de samenvatting en de afsluitende woorden heten de postlude. Een opmerkelijk vorm, maar hier gelet op het onderwerp zeker van toepassing.
The Transatlantic soundtrack of freedom
Iconische foto’s en filmfragmenten van de bevrijding zijn breed bekend en ook uitvoerig bestudeerd. Dat is, opmerkelijk genoeg, veel minder het geval met de muziek uit die periode. ‘What music filled the air as people danced and embraced their long-awaited liberation?’, zo vraagt Mehring zich af (blz. 28). Er heerst onduidelijkheid over omdat veel van die iconische Nederlandse bevrijdingsbeelden ‘stom’ zijn. Het heersende beeld is vooral dat van Amerikaanse en Engelse muziek, variërend van (instrumentale) jazz tot de vocalen van Vera Lynn, die immers wél op plaat en ook op film zijn vastgelegd. Gelukkig genoeg beschikt het Vrijheidsmuseum in Groesbeek over een grote collectie Nederlandse bladmuziek, die belangrijk kan helpen bij de reconstructie van ‘the soundtrack of the otherwise silent photos depicting dancing people in the spring and the summer of 1945’ (blz. 32). Van deze collectie van circa 350 muziekstukken zijn er slechts zo’n 50 officieel opgenomen. Deze muziek wordt getypeerd als ‘gebruiksmuziek’, en is vooral populair in de periode tussen Dolle Dinsdag en de capitulatie van Duitsland, om al snel daarna door de producten van vooral de Amerikaanse film- en muziekindustrie overschaduwd te raken (blz. 41). Frequent terugkerende thema’s zijn – niet verrassend – dankbaarheid voor de herwonnen vrijheid en hoopvolle toekomstverwachtingen, niet zelden gelardeerd met religieuze elementen. In de vormgeving van bijvoorbeeld affiches en platenhoezen worden veelvuldig nationale symbolen als tulpen, molens, vlaggen, en de Nederlandse leeuw toegepast. Als meest populaire lied wordt genoemd Onder de lantaren, de Nederlandse versie van het wereldberoemde en van oorsprong Duitse Lili Marleen. Overigens, en opmerkelijk genoeg: dit in álle kampen uiterst populaire lied stamt niet uit de Tweede maar uit 1915 en daarmee uit de Eerste Wereldoorlog. Andere bekende titels die de tand des tijds hebben doorstaan zijn onder meer Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan en Trees heeft een Canadees (waarover later meer).
Omslag
Geleidelijk aan, in het najaar van 1945 en later, begint de aanvankelijk euforische houding van de bevolking tegenover met name de Canadese bevrijders kritischer te worden. Deze ontwikkeling werd eerder beschreven door onder anderen Christ Klep in zijn De lange bevrijding van Nederland (zie Militaire Spectator 195 (2026) (4) 66-67). De oorzaak dat deze verandering zich vooral op Canadezen richtte, was dat deze Canadese militairen minder snel konden terugkeren en de verveling onder hen toesloeg, wat niet zelden resulteerde in alcoholmisbruik en daaruit voortvloeiend gedrag. Met name Nederlandse jongens kregen problemen met hun Canadese militaire leeftijdgenoten, omdat die laatsten ook nog eens volop beschikten over luxe goederen als sigaretten, chocola en nylons, en daarom dus aantrekkelijker waren voor Nederlandse jonge meiden. Deze omslag in denken krijgt ook een muzikale weerklank. Het euforische Trees heeft een Canadees krijgt in deze periode veel bedachtzamere opvolgers met veelzeggende titels als De Canadese koorts en Meisje, let op je zaak (blz. 83). Van deze veel kritischer songs zijn er echter niet veel op geluidsdrager bewaard gebleven, waardoor ze enigszins in het vergeetboek terecht kwamen (blz. 145).
Songs of liberation in the Netherlands bevat interessante zijsprongen. Zo was de muziek in het Derde Rijk geheel anders en speelde ook een andere rol dan bij de Geallieerden. De Duitsers gebruikten bijvoorbeeld marsmuziek en massale samenzang om individuen tot een uniforme massa te vormen. Bij de Geallieerden, met name de Amerikanen, was de (jazz)muziek veel meer gebaseerd op solo’s en improvisatie, en daarmee dus veel meer een individuele expressie (blz. 90). Interessant is ook de bespiegeling over de Ramblers, waarvan onder meer de bekende componist Jack Bulterman deel uitmaakte. Hun muziek was geliefd bij de Nederlanders, Amerikanen én de Duitsers, en het waren daarmee de Ramblers die het naoorlogse Duitse publiek vertrouwd maakten met jazzmuziek (blz. 106).
Kritiek
Op een aantal plaatsen in het boek is (detail)kritiek mogelijk. Zo wordt er verwezen naar een ansichtkaart waarop volgens de begeleidende tekst een Geallieerde motorrijder een Nederlands meisje achterop zou hebben (blz. 74-75). Maar op het bijschrift bij de ansicht is sprake van een Belgisch meisje, wat gelet op de kleuren van haar sjerp lijkt te kloppen. Ook het bijschrift bij een foto van een Geallieerde soldaat klopt niet: ‘An Allied soldier has her picture taken…’, terwijl het hier toch echt om een man gaat (blz. 151). Jammer is ook dat de mogelijkheid ontbreekt om via QR-codes de muziek te raadplegen. Dat is gebruiksvriendelijker dan alles zelf nazoeken op bijvoorbeeld YouTube. Serieuzer is dat met name de stemmingsomslag onder de Nederlandse bevolking richting de Canadese bevrijders op meerdere plekken, en soms zelfs in letterlijk dezelfde bewoordingen aan de orde wordt gesteld (vergelijk bijvoorbeeld blz. 83 met blz. 139). Een strakkere eindredactie had dat kunnen voorkomen.
Ten slotte
Aparte vermelding verdienen de uitvoering en de vormgeving van deze studie. Zeker voor een academische publicatie is het boek namelijk schitterend uitgevoerd en rijk en oorspronkelijk geïllustreerd. Naast tamelijk onbekende bevrijdingsfoto’s zijn dat bijvoorbeeld ook talloze affiches, platenhoezen en bladmuziek. Songs of Liberation in the Netherlands weerspiegelt op boeiende en toegankelijke wijze een toch tamelijk onderbelicht onderwerp in de geschiedenis van de bevrijding. Het is daarmee een aanrader voor eenieder die geïnteresseerd is in de sociale en culturele aspecten van de oorlog en de bevrijding en, zoals de auteur zelf zegt, met name de blijvende impact van deze bevrijdingsmuziek op ons collectieve geheugen (blz. 24).
Jan Schoeman
Songs of liberation in the Netherlands
Frank Mehring e.a.
Amsterdam (Uitgeverij Amsterdam University Press) 2025
256 blz. – ISBN 9789048570218