De inzet van Zr.Ms. Evertsen als onderdeel van een Britse Carrier Strike Group in de Zwarte Zee leidt tot verschillende reacties van commentatoren. Over het signaal dat Europa met de marineoperatie afgeeft aan Rusland en China lopen de meningen uiteen. Maar als Nederland zijn veiligheidsbeleid vanuit een Europees perspectief wil benaderen, betekent dat niet dat het operatiedomein tot Europa beperkt moet blijven. De inzet van marineschepen, die als symbool van vrijheid fungeren, is juist een middel waarmee Den Haag een typisch Nederlands evenwichtsbeleid kan voeren.

De Nederlandse regering stuurt, na meer dan twintig jaar, weer een marineschip naar Azië en Japan. Het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. Evertsen maakt tijdens de reis onderdeel uit van de Britse Carrier Strike Group (CSG). De CSG bestaat uit negen oorlogsschepen, waaronder een Amerikaanse destroyer, Zr.Ms. Evertsen en de nieuwe carrier Queen Elizabeth met daarop vooral Amerikaanse F-35 vliegtuigen. De reis wordt door sommigen bekritiseerd. Frans-Paul van der Putten interpreteert de Nederlandse deelname als een te harde, vooral Amerikaanse lijn richting China.[1] Michel Kerres vindt dat de Europese landen juist verdeeldheid tonen en hierdoor de Russische president Poetin in de kaart spelen.[2] Jaap Anten noemt deze bijdrage in Oost-Azië ridicuul en horend bij een achterhaalde Pax Americana.[3] Ko Colijn gaat nog een stap verder en concludeert dat Nederland zich geen wereldwijd opererende marine kan permitteren en zich beter kan specialiseren in taken voor lucht- en landmacht.[4] Dit essay betoogt dat deze kritiek voorbijgaat aan de wijze waarop deze naval diplomacy een waardevolle bijdrage levert aan het Nederlandse buitenlandbeleid. Het beleid van een klein maritiem land dat te weinig aan defensie uitgeeft en voor collectieve veiligheid van partners afhankelijk is, maar bij voorkeur zo min mogelijk door die partners wordt gedomineerd.  

Anten heeft gelijk met zijn stelling dat het vlootverband te zwak is om de machtsbalans in Azië te kunnen domineren. Dit zal echter niet het oogmerk zijn. Wie Sun Tzu leest, zal concluderen dat China een grootschalige oorlog in de Zuid-Chinese Zee juist zal vermijden. Zowel China als Rusland probeert met gray warfare onder het niveau van daadwerkelijk militair conflict hun invloedsfeer langzaam maar gestaag uit te breiden. In plaats van wegkijken zal vastberaden diplomatie een belangrijk onderdeel van het antwoord moeten zijn. Anders dan Anten suggereert, hoeft assertief Europees optreden echter geen onwinbare wapenwedloop te ontketenen. Onderzoek van de NLDA-student Job van Kleef laat zien dat de sinds 2017 verhoogde uitgaven en versterkte houding van de NAVO ten aanzien van Rusland niet tot een wapenwedloop hebben geleid.[5] Mogelijk vreest Poetin de westerse vrijheid meer dan de militaire dreiging. De verdediging van deze vrijheid vraagt om collectieve defensie. De CSG-reis is derhalve een middel om de relaties met de NAVO-landen VS en het VK alsmede partners zoals Zuid-Korea, Japan en India aan te halen.[6] Het is een uiting van westerse verbondenheid en bereidheid de eigen waarden en belangen te verdedigen. Dit is geen harde offensieve lijn, maar een Europees geleid initiatief met een defensief oogmerk in een maritieme taal die Rusland en China begrijpen.

Foto UK Ministry of Defence

De carrier Queen Elisabeth voert onder meer de F-35B Lightning mee; dat Zr.Ms. Evertsen onderdeel is van de Britse Carrier Strike Group leidt tot uiteenlopende vaststellingen van commentatoren. Foto UK Ministry of Defence/Royal Navy  

Europees perspectief sluit ‘wereldwijd’ niet uit

Colijn en Anten hebben in zoverre gelijk dat we ons veiligheidsbeleid vanuit een Europees perspectief moeten benaderen, maar dit betekent niet dat het operatiedomein zich tot Europa moet beperken. Grootmachten kunnen knagen aan de randen van de Europese regio, maar deze bedreigingen hebben een wereldwijde oorsprong. Net zoals het geen zin heeft om alleen het Europese deel van het internet te beschermen tegen cyberaanvallen, is maritiem denken per definitie wereldwijd denken. De Straat van Malakka is voor de Nederlandse economie net zo belangrijk als het Suezkanaal. Waarschijnlijk is vanuit Chinees perspectief de straat van Hormuz kwetsbaarder dan straten in Zuidoost-Azië. China is ver weg, maar de Chinese tentakels bereiken ons in de vorm van haveninfrastructuur in Djibouti en Piraeus, Griekenland. Het is goed denkbaar dat economische conflicten rondom dergelijke steunpunten in de toekomst regionale conflicten aan de Europees grenzen kunnen veroorzaken. Voor China zal zijn marine dan een van de belangrijkste militaire machtsmiddelen zijn.

Nederland is een maritiem land met een economie die afhankelijk is van de wereldhandel. Deze bestaat zowel uit fysieke goederenstromen als uit Nederlandse multinationals en financiële dienstverlening. Omdat de Nederlandse belangen wereldwijd zijn, ligt het onderhouden van de internationale betrekkingen via het maritieme domein voor de hand. Anders dan Colijn suggereert maakt de wereldwijde aard van het marineoptreden dit niet duurder. Een reis naar Japan duurt lang, maar vergt geen ander type schip dan benodigd op de Noord-Atlantische Oceaan. Voor het overbrengen van een boodschap is het niet nodig permanent aanwezig te zijn. Een reis met een marineschip is goedkoper dan de langdurige stationering van troepen. Het effect is minder duurzaam, maar het bereik is wereldwijd, passend bij de Nederlandse mogelijkheden en aard.   

Om wereldwijde vrijhandel en democratie in stand te houden moeten we coalities met de eerder genoemde partnerlanden zoals Japan in stand houden om dominantie door China te voorkomen. Hannibal trok met olifanten via de Alpen naar Rome. Dit deed hij niet om Rome te vernietigen, maar om allianties te smeden gericht tegen Rome. Het overheersende Rome en het op vrije maritieme handel gerichte Carthago hadden strijdige politieke wereldbeelden. Carthago beoogde Rome in toom te houden in een multipolair wereldsysteem.[7]       

In de huidige multipolaire wereld zal Europa meer in de eigen veiligheid moeten investeren; dit maakt bredere collectieve veiligheid niet minder belangrijk en Atlantische samenwerking is hierbij onmisbaar. Juist na de Brexit is het onderhouden van de militaire band met het VK des te belangrijker geworden. De Nederlandse participatie in de CSG versterkt deze band en biedt tevens de ruimte voor een eigen Nederlandse invulling om te voorkomen dat Nederlandse belangen bekneld raken.

Russische schijnaanvallen

Eind juni opereerden HMS Defender en Zr.Ms. Evertsen van de CSG in de Zwarte Zee nabij de Krim. In dezelfde periode namen NAVO-schepen deel aan operatie Sea Breeze 2021, waarmee de alliantie laat zien dat zij de annexatie van de Krim door Rusland nog altijd niet accepteert.[8] Het in toom houden van Rusland is nodig omdat dit land doorgaat met het isoleren van de Oekraïense economie, bijvoorbeeld door het veelvuldig belemmeren van vrije doorvaart naar Oost-Oekraïense havens.[9] HMS Defender voer door de territoriale wateren rondom de Krim, die het Westen Oekraïens en Moskou Russisch noemt. Nederland koos een andere, minder provocerende route buiten de territoriale wateren. Rusland reageerde op beide schepen en liet via de media weten dat het waarschuwingsschoten op het Britse schip zou hebben afgevuurd. De Britse woordvoering reageerde hier direct op met een ontkenning en een schets van de werkelijke toedracht.[10] Het lijkt erop dat Rusland het gevaar voor escalatie besefte en koos voor virtuele schoten, als vorm van information warfare. Het laat zien hoe information warfare en fysieke operaties met elkaar samenhangen en niet zonder elkaar kunnen plaatsvinden om betekenis te hebben. Later werden HMS Defender en Zr.Ms. Evertsen fysiek belaagd door jachtvliegtuigen die schijnaanvallen uitvoerden. Beide schepen zetten hun operaties voort zoals gepland en escaleren niet. De Russische schijnaanvallen zijn reflexen van een autocratisch regime, die de westerse marines niet belemmeren. Het ministerie van Defensie benadrukte het recht op vrije navigatie, de onverantwoordelijke aard van het Russische optreden en omschreef het eigen optreden vooral als oefenen met andere (NAVO)partnerlanden.[11]

Foto ministerie van Defensie        

Eind juni werden HMS Defender en Zr.Ms. Evertsen fysiek belaagd door Rusissche jachtvliegtuigen die schijnaanvallen uitvoerden. Foto: Bemanning Zr.Ms. Evertsen

Nederlands evenwichtsbeleid

Met de bijdrage aan de CSG voert Nederland een beleid dat past binnen de EU-kaders zoals de EU Indo-Pacific policy.[12] Nederland kan tevens een koers varen die enigszins afwijkt van de grote EU-landen Frankrijk en Duitsland. Die landen zochten om economische redenen in de beschreven periode juist toenadering tot Moskou met het voorstel een top EU-Rusland te houden. Een voorstel waar premier Rutte weinig enthousiast over was; verwijzend naar de MH17-ramp onderstreepte hij dat hijzelf bij een eventuele ontmoeting met Poetin in elk geval weg zou blijven.[13] Tegelijkertijd steunt Nederland wel degelijk autonoom Europees optreden. Zo is bij het marineoptreden door Zr.Ms. De Ruyter in de Straat van Hormuz in 2020 niet voor een Amerikaans geleid samenwerkingsverband gekozen, maar voor een commandoconstructie in samenwerking met Frankrijk.[14] Deze voorbeelden tonen aan hoe de Nederlandse regering door middel van de inzet van marineschepen een typisch Nederlands evenwichtsbeleid kan voeren waarmee het enerzijds bondgenoten steunt en bijdragen aan collectieve veiligheid levert en anderzijds voorkomt dat grote landen met hun buitenlandbeleid Nederland te veel domineren.[15]      

Foto MCD Aaron Zwaal

Het optreden van Zr.Ms. De Ruyter (rechts) in de Straat van Hormuz in 2020, in een commandoconstructie in samenwerking met Frankrijk, toonde aan hoe Den Haag met marineschepen een typisch Nederlands evenwichtsbeleid kan voeren. Foto MCD, Aaron Zwaal

Zoals Van der Putten stelt, zullen we ook ten aanzien van China een soort evenwichtsbeleid moeten voeren. Door de complexiteit van de huidige internationale verhoudingen zullen, anders dan tijdens de Koude Oorlog, samenwerking en competitie slechts subtiel verschillen. Duitsland stuurt ook een oorlogsschip naar Azië en laat dit anders dan de CSG, wel een havenbezoek aan China brengen, een evenwichtsbeleid dat vergelijkbaar is met de Duitse opstelling ten aanzien van Rusland. Het is maar de vraag of het gaat lukken om een gezamenlijke China-strategie te verkrijgen; deelname aan zowel Atlantische als Europese instrumenten kan hierbij helpen. Nederland kan hierbij op grond van de diepgewortelde Brits-Nederlandse marinesamenwerking een sleutelrol vervullen.

De Europese landen presenteren zich zoals ze zijn: verschillend in wat ze doen en verenigd in hun op vrijheid gebaseerde waarden. De kracht van de EU ligt in deze waarden en minder in haar geopolitieke machtsmiddelen. China zal dan ook geen Europees offensief hoeven te vrezen. Tegelijkertijd maakt Europa het de grootmachten wel duidelijk dat zij bij een aanval op onze vrijheden op een collectieve verdediging kunnen rekenen. Het is vooral deze vrijheid die Rusland en China vrezen. Meer eendracht en een sterkere militaire macht zal Europa helpen. Dit laat onverlet dat we de schepen die we hebben ook daadwerkelijk moeten inzetten als symbolen van vrijheid.        

 

[1] Frans-Paul van der Putten, ‘Nederlands fregat in de Zuid-Chinese Zee is fout signaal’, NRC, 29 juni 2021.

[2] Michel Kerres, ‘Een verdeelde EU maakt het Poetin weer heel gemakkelijk‘, NRC, 1 juli 2021.

[3] Jaap Anten, ‘Europese militaire bijdrage Zuid-Chinese Zee verandert niets’, Clingendael Spectator, 30 juni 2021. 

[4] Ko Colijn, ‘Een wereldwijde marine kan Nederland zich niet meer permitteren’, NRC, 16 juni 2021.

[5] J.J. van Kleef, NAVO en Rusland: een nieuwe wapenwedloop? (Breda, Koninklijke Militaire Academie, 2021).

[6] Brief van minister van Defensie Bijleveld-Schouten aan de Tweede Kamer, ‘Nederlandse deelname aan de Britse Carrier Strike Group’ (nr. 29521-418) (Den Haag, 3 mei 2021).

[7] Andrew Lambert Seapower States. Maritime Culture, Continental Empires and the Conflict That Made the Modern World (New Haven, Yale University Press, 2018) 108.

[8] Michel Kerres, ‘Machtsvertoon van NAVO en Rusland in de Zwarte Zee’, NRC, 29 juni 2021.

[9] Maryna Vorotnyuk, ‘False De-escalation: The Continuing Russian Threat to Ukraine and the Black Sea Region’, RUSI, 24 juni 2021.

[10] Dan Sabbagh, ‘Royal Navy ship off Crimea sparks diplomatic row between Russia and UK’, the Guardian, 23 juni 2021.

[11] Jaime Karremann, ‘Evertsen was bezig met patrouille toen Russen kwamen’, Marineschepen.nl, 30 juni 202; en onder meer tweet ministerie van Defensie van 29 juni 2021; en ‘Russische gevechtsvliegtuigen veroorzaken onveilige situaties bij Zr.Ms. Evertsen’, Defensie.nl, 29 juni 2021.

[12] EU Strategy for cooperation in the Indo-Pacific – Council conclusions (Brussel, Council of the European Union, 16 April 2021).

[13] Clara van de Wiel en Nynke van Verschuer, ‘Voorstel Merkel verworpen: EU blijft bij scherpe lijn richting Moskou’, NRC, 24 juni 2021.

[14] Brief van de ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie, voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Justitie en Veiligheid, ‘Nederlandse deelname aan vredesmissies’ (nr. 29521-398) (Den Haag, 29 november 2019); en Brief van de ministers van Buitenlandse Zaken, van Defensie en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking aan de Tweede Kamer, ‘Nederlandse deelname aan vredesmissies’ (nr. 29521-400) (Den Haag, 24 januari 2020).

[15] Zie hiervoor ook Duco Hellema, Nederland in de wereld. De buitenlandse politiek van Nederland (Amsterdam, Spectrum, 2016) 488-491.

Over de auteur(s)

KTZ drs. H. Warnar

Henk Warnar is universitair hoofddocent maritiem optreden aan de Nederlandse Defensie Academie.