Defensie moet uitbreiden. Omdat de huidige organisatie al jaren niet in staat is om de grondwettelijke taken te vervullen, maar vooral omdat onze Amerikaanse vrienden, waarvan we 50 jaar dachten dat ze dat klusje wel voor ons zouden opknappen, daar overduidelijk geen zin meer in hebben. Daarom moeten we heel veel nieuw materieel aanschaffen en heel veel nieuw personeel werven. Over dat laatste wil ik het met u hebben.
Defensie streeft naar 100.000 mensen in 2030. En op den duur mogelijk het dubbele! Mijn voorspelling is dat dat allemaal niet gaat lukken. En u kunt er 22 jaar columns op nalezen: mijn voorspellingen komen altijd uit! De tekstschrijvers van de nieuwe minister kunnen vast aan de slag om creatieve teksten te verzinnen met de gebruikelijke smoesjes om dit te maskeren en de Tweede Kamer, met halve waarheden en vage beloftes, de komende jaren aan het lijntje te houden. Zoals bewindslieden op dit departement dat al jaren doen als het om de personele groei gaat: pappen en nathouden.
Het ministerie meldt trots dat er het afgelopen jaar maar liefst 2000 mensen zijn bijgekomen. De misleiding zit hem in het woord ‘mensen’. Want al jaren heeft de grootste groei van personeel bij Defensie plaats bij de categorie burgerpersoneel. Tal van militaire functies zijn omgezet of worden tijdelijk vervuld door burgers. Dat zijn natuurlijk gewaardeerde collega’s, die vaak prima werk leveren... maar als er op de fluit geblazen wordt, dan blijven ze thuis.
Dan de groei van de reservisten. Dat lijken militairen. Ook hier betreft het een categorie die zonder twijfel een nuttige bijdrage levert. Maar een fors deel van de reservisten is zeer kort en specifiek voor nationale taken opgeleid en kan zonder (substantiële) aanvullende opleiding en training niet voor Artikel 5-taken worden ingezet.
De daadwerkelijke groei van het volledig opgeleide beroepspersoneel van de krijgsmacht was vorig jaar slechts een schamele 600. En wie deze cijfers over de laatste vijf jaar bekijkt, ziet dat dit beeld redelijk consistent is. De streefcijfers van de instroom worden al jaren voor niet meer dan ongeveer 70% gehaald en de streefcijfers voor de uitstroom vallen meestal juist hoger uit dan gepland. De resultante is doorgaans een bescheiden groei van rond de 700 mensen per jaar. Terwijl er in 2030 (dus over vier jaar) volgens de ambitieuze plannen 25.000 mensen extra moeten zijn. Die komen er dus nooit.
Daarnaast is er nog sprake van een forse kwalitatieve mismatch. We krijgen namelijk in toenemende mate een ‘many-chiefs-no-indians-army’. Het vinden van mensen die leiding willen geven op het hogere dek (officieren) lukt over het algemeen wel, maar het vinden van onderofficieren en soldaten is al jaren een probleem. Dit komt onder meer doordat het gemiddelde opleidingspeil van de Nederlandse schoolverlaters de afgelopen decennia sterk is toegenomen, waardoor we voor officieren kunnen putten uit een steeds grotere vijver. Terwijl voor soldaten en onderofficieren juist uit een steeds kleinere vijver moet worden gevist. Daarnaast hebben we in Nederland een ernstig demografisch probleem: het teruglopen van de geboortecijfers en wel specifiek binnen de groep Nederlanders met autochtone roots.
Veertig of vijftig jaar geleden was het geboortecijfer per Nederlandse vrouw 3.15 kinderen en werden er jaarlijks nog rond de 230.000 kinderen geboren. De afgelopen jaren is dit geboortecijfer gezakt tot 1.40 en daarmee is het aantal kinderen dat jaarlijks in Nederland wordt geboren gedaald naar 166.000. De helft daarvan zijn meisjes (die sowieso nauwelijks naar Defensie komen) en van de resterende 83.000 jongens heeft 23% allochtone roots; en die komen helaas ook niet.
Begrijp mij goed, ik heb niets tegen vrouwen en personen met allochtone roots bij Defensie. Integendeel: die zouden er juist veel meer moeten zijn. Maar de realiteit is dat ze zich nauwelijks aanmelden, ondanks allerlei goed bedoeld beleid. Terwijl in bijvoorbeeld de Amerikaanse krijgsmacht de mensen met Afro-Amerikaanse of Latino roots juist oververtegenwoordigd zijn, blijft het percentage (nazaten) van immigranten dat in Nederland voor een baan als militair kiest al jaren extreem laag. Net als het percentage vrouwen. Niets wijst erop dat dit gaat veranderen. Het is met het oog op voorgenoemde feiten niet realistisch om aan te nemen dat de gewenste aantallen militaire instromers geworven kunnen worden uit het geringe aantal jonge mannen met autochtone roots, zeker nu het hele Nederlandse bedrijfsleven ook vertwijfeld op zoek is naar mensen. Daarom voorspel ik – met even grote tegenzin als zekerheid – dat die 100.000 er niet komen! Dat rekensommetje kunnen ze op het ministerie ook maken, maar daar kijkt men liever weg of strooit zand in de ogen van parlement en samenleving.
De afgelopen jaren communiceert het ministerie liever optimistische geluiden over allerlei ‘nieuwe trajecten’. Trajecten waaraan zelfs de leden van het koninklijk huis deelnemen en tal van vooral hoogopgeleiden. Kennismakingsjaren, dienjaren, Defensity College: het kan niet op. Hartstikke leuk allemaal, maar allemaal mensen voor dezelfde overbodige pot: het hoopgeleide (en vaak vrijblijvende) segment. Allemaal mensen waar we veel werk aan hebben, maar waar we, als er op de fluit geblazen wordt, weinig aan hebben. Ze rijden, vliegen of varen namelijk niet in oostelijke richting. Een basisopleiding van een paar weken en dan een leuk project ergens. Goed voor de beeldvorming in de media, prachtig voor alle rapportages naar de Tweede Kamer, maar de communicatie over deze successen van het waterhoofd moet vooral afleiden van de feiten dat er een groot tekort is aan ruggengraat en aan handen en voeten: onderofficieren en soldaten.
Wat we namelijk nodig hebben zijn geen toetsenbordridders, Excel-krijgers en projecttijgers, maar tienduizenden fitte, goed getrainde (beroeps)militairen voor de uitvoering. Maar zonder bijvoorbeeld dienstplicht komen die er niet. Natuurlijk doet iedereen in wervings- en selectieland geweldig zijn best, maar de uitdaging die ze krijgen is gewoon onuitvoerbaar. Om bovenstaande verhaal te begrijpen, hoef je echt niet gestudeerd te hebben. Onder ogen zien dat de gewenste uitbreiding niet zal lukken is beter dan iedere keer weer een uitvlucht verzinnen en recht praten wat krom is. Maar we doen bij Defensie vooral krampachtig ons best om daar niet over te praten en pijnlijke keuzes naar de toekomst te verschuiven. Of ben ik nou de enige die dat ziet?