Afgelopen 1 juli werd Keti Koti herdacht en gevierd. Voor het eerst werd er ook defensiebreed aandacht geschonken aan Keti Koti, letterlijk ‘verbroken ketenen’. Het Multiculturele Netwerk Defensie organiseerde een bijeenkomst van herdenking, bewustwording en viering van de afschaffing van de slavernij in het Wereldmuseum Amsterdam. P-CDS Ludy Schmidt en staatssecretaris Derk Boswijk beaamden daar dat in de bewustwording van het koloniale verleden en de doorwerking daarvan in de maatschappij ook bij Defensie nog veel ruimte voor verbetering ligt op verschillende niveaus.
Prof. dr. mr. Maartje van der Woude ging dieper in op Keti Koti voor Defensie in haar lezing in het voormalige Tropenmuseum. Zij stelde dat juist de krijgsmacht als centrale staatsinstelling die gaat over ‘bescherming, veiligheid, geweldsbevoegdheid, nationale identiteit, internationale orde en publieke verantwoordelijkheid’[1] stil zou moeten staan bij haar aandeel in het koloniale verleden en de gevolgen daarvan voor krijgsmacht en samenleving. Zoals de recente excuses aan Molukse KNIL-militairen wederom hebben laten zien kan militaire geschiedenis namelijk niet los worden gezien van het koloniale verleden.[2] ‘Het Nederlandse koloniale project werd niet alleen gedragen door handel, bestuur en recht, maar ook door militair geweld, militaire aanwezigheid, militaire ordehandhaving en militaire bescherming van koloniale belangen’, zei Van der Woude.
Ze stelde terecht de vraag hoe Defensie de herdenking kan overstijgen door er gevolg aan te geven in de praktijk. Zoals de onderzoekers van Over de Grens ook al aangaven, zijn huidige individuele militairen niet verantwoordelijk voor wat er aan extreem geweld in de koloniën is gebeurd, maar dat ontslaat Defensie als instituut niet van de vraag hoe met die geschiedenis om te gaan en vooral hoe zij verantwoordelijkheid neemt voor die periode.[3] Van der Woude geeft Defensie in het verlengde van Keti Koti drie dingen mee ter contemplatie.
Ten eerste zou de krijgsmacht niet uit schuld, maar in het kader van ‘volwassen institutionele geschiedschrijving’ actief moeten blijven onderzoeken welke rol ‘militaire instituties, militaire macht en militaire kennis’ hebben gespeeld in dat verleden om dat vervolgens te gebruiken in opleiding, training en vorming van militairen en burgers. Ten tweede legt zij de aandacht op professionele reflectie op welke gewoontes en routines ongelijkheden creëren of in stand houden. Ten slotte stelt ze voor de herdenking ook geloofwaardig te maken door interne gelijkwaardigheid, kritische noten en tegenspraak actief te stimuleren binnen de verschillende domeinen van Defensie, zoals personeelsbeleid, leiderschap, onderwijs of operationele cultuur.
Deze drie overpeinzingen verdienen tijd en aandacht om op ons in te laten werken, in alle lagen van de krijgsmacht, maar in het bijzonder in ons leiderschap. Voormalig premier Rutte beloofde geen punt, maar een komma toen hij namens de regering excuses aanbood voor het slavernijverleden van Nederland.[4] Hoe gaat de krijgsmacht haar plek achter de komma invullen?
[1] Prof. dr. mr. Maartje van der Woude, ‘Verbroken ketenen, zichtbare sporen: Keti Koti en institutionele verantwoordelijkheid bij Defensie’, uitgesproken tijdens de Keti Koti-herdenking van het Multicultureel Netwerk Defensie, 25 juni 2026, Wereldmuseum Amsterdam. Alle citaten in dit editoriaal komen uit deze lezing.
[2] Toespraak minister-president Rob Jetten bij inhuldiging Nationaal Moluks Monument Ulu Kora, 21 juni 2026.
[3] Evert Brouwer, ‘’NIMH: ‘Veteranen niet in beklaagdenbank’’, Defensiekrant, 18 februari 2022.
[4] Minister-president Mark Rutte, ‘Excuses regering voor slavernijverleden Nederland’, 19 december 2022.