Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het World Economic Forum in Davos bracht de Canadese premier Mark Carney het overlijdensbericht van de international rules-based order. In een eloquente toespraak – er was weinig competitie – citeerde hij de Tsjechische dissident Vaclav Havel, die in zijn boek The Power of the Powerless het communistische systeem ontleedde. Zijn voorbeeld was de winkelier die elke ochtend het bordje ‘Arbeiders aller landen, verenigt u!’ in de etalage zette. Hij geloofde er zelf niet in, maar doordat hij en andere winkeliers allemaal deden alsof, hielden ze het systeem in stand. Zo ook met de international rules-based order. Volgens Carney was de tijd aangebroken om te erkennen dat deze keizer geen kleren had. In een wereld waar het recht van de sterkste weer lijkt te gelden, zou Canada als middle power met gelijkgezinde landen samenwerken om te investeren in weerbaarheid en strategische autonomie, en tegelijk principes zoals mensenrechten en soevereiniteit blijven respecteren. Het was natuurlijk impliciete kritiek op de Amerikaanse president Donald Trump, die net had gedreigd Groenland in te nemen en zowel vriend als vijand met importheffingen bestookt. Carney’s toespraak klonk velen als muziek in de oren, en werd door verschillende kranten in zijn geheel afgedrukt.[1]

De term international rules-based order heeft de afgelopen jaren een vlucht genomen. De communiqués van verschillende NAVO-toppen, het NAVO Strategisch Concept en ongeveer elke verklaring van de regering van de Amerikaanse president Joe Biden stonden er vol van. De term ‘internationaal recht’ daarentegen werd vooral door de Amerikanen minder of niet gebruikt. De Russische inval in Oekraïne werd weliswaar wel veroordeeld als een aanslag op het internationaal recht (deze is ook overduidelijk in strijd met het oorlogsrecht), maar China wordt vooral beschuldigd van het ‘ondermijnen’ van de international rules-based order. Toch is de militarisering van de eilanden in de Zuid-Chinese Zee duidelijk in strijd met de United Nations Convention on the Law of the Sea (UNCLOS). Het addertje onder het gras ligt elders: de VS zijn geen partij in het UNCLOS-verdrag. Bij Trump wordt het pas echt zichtbaar, maar zijn voorgangers George W. Bush, Barack Obama en Biden waren evenmin pleitbezorgers van het internationaal recht. Als alternatief lijkt de international rules-based order te zijn opgetuigd, die niet alleen vaag gedefinieerd is, maar ook niet afdwingbaar is.[2] Europa deed alsof beide synoniem waren, maar de keuze was duidelijk: geen bescheiden Vrouwe Justitia, maar een keizer zonder kleren.

De VS en het internationaal recht gaan moeilijk samen, en wel op drie vlakken. Ten eerste zijn de VS geen partij in een aantal belangrijke verdragen. De VS moeten niets hebben van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag – al geldt dit overigens ook voor Rusland, China, India, Israël en een aantal andere landen. Zo ook voor het Landmijnenverdrag, de conventie tegen clustermunitie, het genoemde UNCLOS-verdrag en een aantal andere belangrijke protocollen en verdragen. Ten tweede is de Amerikaanse interpretatie en toepassing van het internationaal recht niet onomstreden. Denk bijvoorbeeld aan de leer van preventieve/pre-emptieve oorlogen, Obama’s drone campagne in Pakistan, het ontzeggen van krijgsgevangenenstatus in Guantánamo. Hiernaast hebben we nog de westerse aanval op Servië in 1999 zonder VN-mandaat, de inval in Irak in 2003, en hoe een VN no-fly zone boven Libië leidde tot regime-change in 2011; allemaal voorbeelden die Rusland noemt als het zelf wordt aangesproken op oorlogsmisdrijven. Het is puur whataboutism (of ‘tu quoque’ voor de jurist), maar geeft wel aan dat we met twee maten meten. Tot slot wordt het internationaal recht ongelijk toegepast. Het gaat hierbij vooral om Israël, dat zich op geen enkele wijze gebonden voelt aan internationale afspraken of het internationaal recht. De VS, en tot op zekere hoogte ook Europa, kijken weg.

Het recht van de sterkste gold dus altijd al, maar dit bleek prima zolang het gunstig uitviel voor Europa. Nu de VS zich naar binnen keert en Trump een transactioneel beleid voert, is de zekerheid van voordeel weg. Het smeermiddel van het internationale stelsel was altijd hypocrisie, al waren er momenten toen het moeilijk te verdragen leek. De onthullingen van Snowden, Assange en Manning toonden aan hoe groot de kloof tussen woorden en daden was, en de geloofwaardigheid van de VS liep toen averij op.[3] Toch accepteerde men Amerikaanse double speak; de VS was immers de leider van de liberale wereldorde, en onze economische en veiligheidsbelangen waren verstrengeld. Harde rechten – op het gebied van mensenrechten, het oorlogsrecht – werden uitgehold; op andere vlakken is de laatste tijd juist een woud van regels ontstaan. Klimaat wordt onterecht uit het politieke domein getrokken en vastgetimmerd in het juridische. Wie het huidige financieringsmodel van de Wereldgezondheidsorganisatie bekijkt, en dit koppelt aan het gevoerde beleid tijdens COVID, ziet dat ook deze organisatie rijp is voor een grondige hervorming. Het is te makkelijk om te stellen dat het voorheen allemaal goed was en dat Trump de bron van al het kwaad is.

We staan, zoals Carney aangaf, op een keerpunt. De oude wereldorde – en de international rules-based order – komen niet terug. We hoeven de schijn niet meer hoog te houden. Wellicht kiest de VS zijn eigen koers, maar er is genoeg ruimte voor Europa om dit zelf ook te doen. Een eerste voorwaarde is natuurlijk investeren in harde macht en weerbaarheid; zolang het continent zichzelf niet kan verdedigen heeft een eigen buitenland- en veiligheidsbeleid weinig zin. Gelukkig worden hier grote stappen gemaakt. Wat betreft de koers kan Europa zich weer hard maken voor het internationaal recht. Nederland kan zich hier onderscheiden, als land van Hugo de Groot en met Den Haag als stad van vrede en recht. Het eigenbelang zal in de internationale betrekkingen altijd een leidende rol blijven spelen, maar een eerlijke insteek om enkele basisprincipes van het internationaal recht te handhaven is het minste wat Europa kan doen. Het kan ons zelfs nieuwe bondgenoten opleveren, want de Global South kon de hypocrisie van de international rules-based order ook niet meer uitstaan. Makkelijk zal het niet worden, want het vereist principes in plaats van opportunisme, maar veel keus heeft Europa niet. Het alternatief is het aforisme van Thucydides, waarbij de sterken doen wat ze kunnen, en de zwakken ondergaan wat ze moeten.

 

[1] Mark Carney, ‘The Powerful Have Their Power. We Have the Capacity to Stop Pretending’: The Canadian PM’s Call to Action at Davos,” Opinion, The Guardian, 21 januari 2026.

[2] John Dugard, “’The Choice before Us: International Law or a ‘Rules-Based International Order?”, Leiden Journal of International Law 36, No. 2 (2023) 223-232. Zie: https://doi.org/10.1017/S0922156523000043.

[3] Henry Farrell and Martha Finnemore, 'The End of Hypocrisy: American Foreign Policy in the Age of Leaks', Foreign Affairs 92, No. 6 (2013) 22-26.

Over de auteur(s)

Mr. dr. Sergei Boeke

Sergei Boeke is Politiek Adviseur bij het Joint Support and Enabling Command.