Als commandant word je geacht integer te handelen en op het gebied van integriteit het goede voorbeeld te geven. Integriteit komt in alle gedragscodes en leiderschapsmodellen voor als een van de pijlers van goed leiderschap. Toch is het niet altijd eenvoudig om integer te zijn. Soms vergen problemen ook oplossingen die op het randje van de integriteit liggen of daar overheen gaan. Daarom denk ik zelf dat integriteit voor veel leidinggevenden onvermijdelijk vaak hand in hand gaat met creativiteit.

Zo nam ik enkele jaren terug deel aan een workshop waar iemand van de integriteitsafdeling van de brandweer sprak. Deze schetste het probleem dat elk brandweerkorps kennelijk kent. Tachtig procent van de Nederlandse brandweermensen bestaat uit (jonge) vrijwilligers. Deze brandweermannen en -vrouwen gaan op een zeker moment trouwen en vragen aan hun commandant of ze daarbij gebruik mogen maken van de ladderwagen. Want, als je bij de lokale brandweer werkt, is er toch niets mooiers dan in die knalrode auto met sirene naar het stadhuis te rijden en een mooie trouwreportage te maken. Terwijl wij discussieerden of dat nu wel of niet mocht, dacht ik terug aan mijn eigen integriteitsdilemma’s met dienstvervoer.

Aan het eind van de vorige eeuw was ik commandant van het selectie- en keuringscentrum van de landmacht, toen nog gelegen in het bosrijke Hilversum. Op ruim 2,5 kilometer lag het minuscule stationnetje Hollandse Rading, waar dagelijks honderden keurlingen werden aan- en afgevoerd. De regelgeving van Defensie was helder. Ik had een kleine transportgroep met een aantal viertonners, die de hele dag op een neer pendelden naar het station. Omdat dat jaar de dienstplicht werd opgeschort, nam de vraag naar beroepsmilitairen en daarmee het aantal keurlingen aanzienlijk toe.[1] En dus ook het aantal viertonners dat dagelijks door de smalle klinkerstraten van het vredige dorpje Hollandse Rading reed. Geluid en stankoverlast waren het gevolg. Dit leidde tot klachten van de lokale bevolking. Bovendien waren viertonners ook niet het handigste vervoer voor de jongens en meisjes die we veilig wilden verwelkomen. Ik had de klachten onderzocht en vond dat de klagers wel een punt hadden. Dus stuurde ik een goed onderbouwd verzoek voor een OTAS-wijziging[2] naar de landmachtstaf. Ik vroeg om twee kleine of één grote civiele bus. Na enkele maanden kreeg ik het verzoek terug, met daarbij het commentaar dat al die mensen toch kwamen om militair te worden en dat kennismaking met de krijgsmacht gediend was met weinig comfortabel transport in viertonners. En zolang de lokale bevolking geen stennis veroorzaakte was er in de ogen van de landmachtstaf geen probleem. Afgewezen.

Toen een vriendelijke mevrouw van het bewonerscomité enkele dagen later weer bij mij kwam praten (ik had haar een oplossing beloofd), moest ik haar teleurstellen, maar ik kreeg tijdens het gesprek wel een idee. Ik vroeg haar of het niet mogelijk was om een beetje reuring in de media te genereren. Ze verzekerde mij dat er zeker lijntjes waren naar lokale journalisten en een week later verscheen in de plaatselijke krant een flink stuk met een forse kop erboven: ‘Leger zorgt voor ernstige overlast!’.

Ik heb mijn transportaanvraag voor de tweede keer ingeschoten, ditmaal met een kopie van het krantenartikel in de bijlage. En zowaar. Mijn verzoek werd nu goedgekeurd en enkele weken later kreeg ik een heuse touringcar.[3] Die lieten we in prachtige camouflageprint beschilderen en zo waren twee problemen opgelost. Bovendien hadden we nu een prachtige rijdende reclamezuil.

Een jaar later diende zich het volgende integriteitsprobleem aan. Mijn transportgroep bestond uit drie korporaal-chauffeurs. Een daarvan, Diana, zou in het huwelijk treden en kwam met een verzoek om haar huwelijksgasten met ‘haar’ defensiebus van het stadhuis naar de feestlocatie te mogen rijden. Ik won voorzichtig wat logistiek en juridisch advies in en mij was al snel duidelijk dat zoiets niet de bedoeling was. Toch kon ik de wens van Diana heel goed begrijpen. De bus was haar dagelijks werk, ze deed dit met grote inzet en betrokkenheid en was al jaren een visitekaartje voor mijn eenheid. Ik was dan ook zeer tevreden over haar. Zij wilde op deze bijzondere dag haar familie en vrienden iets laten zien van het werk waar ze trots op was. De bus! De geëigende weg binnen Defensie is in zo’n geval toestemming te vragen op een hoger dek. Maar mij was inmiddels wel duidelijk dat ik die niet zou krijgen. En eenmaal gevraagd en afgewezen is er geen weg terug. Oneigenlijk gebruik van dienstmiddelen was een serieuze zaak. Ik heb daar toen een paar dagen over nagedacht en een creatieve oplossing gevonden.

Eens in de maand was er op vrijdagmiddag een sociale happening voor het personeel waarbij afscheid van mensen werd genomen, anderen welkom werden geheten en af en toe een tevredenheidsbetuiging werd uitgereikt. Als daarbij een gratificatie werd gegeven, werd vaak een cadeau gekocht en dan heette dat in defensietermen ‘een stoffelijke blijk van waardering’. Meestal een boek of een pennenset. Dat bracht mij op een idee. Ik heb op de eerstvolgende personeelsbijeenkomst aan Diana een gratificatie uitgereikt met als stoffelijke blijk van waardering: ‘het gebruik van de dienstbus gedurende 24 uur, binnen Nederland en met gebruik van de van rijkswege verstrekte brandstof’. Met mijn handtekening op de oorkonde was Diana gedekt en enkele weken later vond (op een zaterdag) het huwelijk plaats en kon Diana haar droom in vervulling laten gaan.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet zeker wist of ik nu buiten mijn boekje was gegaan. Ik was ook wel een beetje bezorgd dat de met camouflageprint beschilderde bus met 50 huwelijksgasten op de Coolsingel in Rotterdam vragen zou oproepen. Ik moest er ook niet aan denken wat er gebeurd zou zijn als de bus bij een verkeersongeluk betrokken was geraakt. Ik zou dan heel wat hebben uit te leggen. Maar gelukkig ging alles goed. Ik weet nog steeds niet helemaal zeker of ik integer of creatief heb gehandeld. Maar Diana was heel blij, en dat was ook wat waard.


[1] Hierdoor werden ook de decentrale keuringsraden door heel Nederland afgeschaft en moesten alle keuringen uitgevoerd worden op het selectie- en keuringscentrum in Hilversum.

[2] Organisatie Tabel en Autorisatie Staat: een boekwerk waarin per eenheid staat welk materieel men heeft.

[3] Voor mensen die het verwervingsproces kennen en hun ogen niet kunnen geloven: ik had geluk, want er bleken bij de parkcompagnieën nog een aantal overtollige touringcars te staan die ooit waren ingezet als transportmiddel voor inmiddels opgeheven militaire muziekkapellen.

Over de auteur(s)