‘Man fängt keinen Krieg an, oder man sollte vernünftigerweise keinen anfangen, ohne sich zu sagen, was man mit und was man in demselben erreichen will, das erstere ist der Zweck, das andere das Ziel’. Clausewitz[1]
Terwijl we dit editoriaal schrijven woedt er in het Midden-Oosten een heftige oorlog die we volgens de Amerikanen een militaire operatie moeten noemen. Operatie Epic Fury is gepland en wordt uitgevoerd door een organisatie die zichzelf uitdrukkelijk het ministerie van Oorlog noemt, maar dat woord nu niet in de mond neemt. Vrijwel dagelijks houdt dat ministerie gelikte persconferenties waarin de kinetische kant van de ‘operatie’ centraal staat en elke politieke vraag van de pers behendig wordt doorverwezen naar het Witte Huis.
Zodoende breken politici en commentatoren in binnen- en buitenland zich het hoofd over de vraag wat nu eigenlijk de Amerikaanse strategie tegen Iran is. Wat zijn de beoogde politieke en militaire doelen, wat is de gewenste eindsituatie en op welke manier moeten die bereikt worden? Sinds mensenheugenis is dat een cruciaal vraagstuk, een dat in de VS gewoonlijk in het openbaar wordt besproken. Veel Amerikaanse presidenten zijn sinds de Eerste Wereldoorlog op radio en tv verschenen om de bevolking toe te spreken en om de gekozen strategie uit te leggen. Maar helaas bracht de toespraak van president Donald Trump op 2 april geen enkele duidelijkheid over wat zijn politieke doel met deze oorlog eigenlijk is.
Sterker nog, op talloze momenten spreken Trump en leden van zijn regering over de lopende ‘militaire operatie’ en strooien daarbij met allerlei doelen die bereikt zouden moeten worden. Daar is echter geen touw aan vast te knopen en langzamerhand is dan ook het idee ontstaan dat Trump eigenlijk helemaal geen strategie heeft. Ja, militaire commentatoren kunnen wel enige militaire logica in de militaire operatie onderkennen, maar daarmee wordt de politieke strategie er nog niet duidelijker op.
Die disconnect tussen het politieke en het militaire deel van de oorlog is uiterst verontrustend, zoals Clausewitz ons heeft geleerd. Die trad nog niet op tijdens de eerste termijn van Trump, wellicht omdat er toen meerdere, voormalige generaals als minister of als veiligheidsadviseur optraden. Maar nu is hij omringd door beleidmakers die aantoonbaar weinig tot geen kennis van zaken hebben. Dat zijn eigenlijk anti-strategen; mensen die een uitgesproken weerstand hebben tegen hoge militairen en civiele veiligheidsexperts en dus niets moeten hebben van de gebruikelijke politiek-militaire besluitvormingsprocessen. Zij lijken overtuigd dat Trumps intuïtie, zakelijke inzichten en onderhandelingsvaardigheden elk rationeel besluitvormingsproces te boven gaan.
Het was dus een bewuste keuze om geen helder politiek doel te formuleren, maar wel een heuse oorlog te beginnen. Volgens Clausewitz is dat een recept voor onheil, want juist die politieke- en militaire doelen zijn gezamenlijk bepalend voor de gehele oorlogvoering, de middelen die daarin nodig zijn en de wijze en de intensiteit waarop die oorlog gevoerd moet worden. En juist daar zien we het nu misgaan.
[1] Carl von Clausewitz, Vom Kriege, Neunzehnte Auflage, Nachdruck. Hrsg. von Werner Hahlweg (Bonn, Ferd. Dümmlers Verlag, 1980, 1991) 952.