Wie aan de gevechten op Iwo Jima denkt ziet het hijsen voor zich van de vlag op Mount Suribachi, uit de beroemde foto van Joe Rosenthal. Wie zich de landingen op D-Day voor de geest haalt, doet dit via de iconische oorlogsfoto’s van Robert Capa. Capa zelf gaf ooit een verklaring voor het functioneren van dergelijke foto’s als ankerplaatsen van het collectieve geheugen. Hij stelde met bravoure: ‘If your pictures aren’t good enough, you aren’t close enough’. Daarmee benadrukte Capa de nabijheid van de oorlogsfotograaf op de actie. Capa suggereerde dat de fotograaf ‘in’ de gevechten moet zitten, om via beslissende momenten de essentie ervan vast te leggen. Zijn aanname was dat oorlogsfotografie de tijd even kan stilzetten in snapshots, realistisch en objectief, en tegelijk ook met symbolische kracht, zolang de fotograaf maar close enough is.

 

Problematische begrippen

Het is een misverstand. Wie dichterbij komt ziet niet per definitie beter. Soms is een stap naar achteren voorwaarde voor beter zicht. Ook mag oorlogvoering nooit worden gereduceerd tot wat gebeurt aan het front. Helemaal belangrijk is het zich te realiseren dat realisme en objectiviteit problematische begrippen zijn, juíst in het geval van (oorlogs)fotografie. Betekenis wordt gegeven, de werkelijkheid wordt be-tekent, zeker in het geval van waarnemen en vastleggen van militaire conflicten. Dit gebeurt door iedereen: de betrokken fotograaf, de betrokken krijgsmachten, overheden én het publiek; laag op laag.

 

Precies om die reden worden iconische oorlogsfoto’s graag gebruikt in propaganda, media-ops en ‘strategische overheidsvoorlichting’. Ze symboliseren vaak iets dat de oorlogswerkelijkheid overstijgt en goed is in te zetten om het eigen narratief te onderbouwen, of dat van de vijand te ondermijnen. Weaponization is in academische kringen het begrip geworden dat wordt gebruikt om dit fenomeen te beschrijven en te analyseren. Hilary Roberts stelt het dan ook terecht centraal in haar geschiedenis van de oorlogsfotografie. Zij laat zien dat inderdaad voortdurend is gesold met de visuele representatie van oorlog, vanaf Roger Fentons foto’s uit de Krimoorlog van 1853-1856 tot aan de huidige manipulaties door generatieve AI. Eén ding weet je eigenlijk altijd zeker als het om oorlogsfotografie gaat: dat wat je ziet, is niet wat het lijkt te zijn.

 

Demasqué van de oorlogsfotografie

In drie hoofdstukken illustreert Hilary Roberts dit door voortdurend duidelijk te maken hoe in de geschiedenis van de oorlogsfotografie is gerommeld met inhoud, vorm, functie en betekenis. In zekere zin is The Camera at War daarmee een demasqué van de oorlogsfotografie. Het boek oogt in eerste instantie als een fraai koffietafelboek. Het heeft mooie reproducties van klassiekers uit het genre en van onbekend werk. Maar de strekking is ontnuchterend. Elke pagina van The Camera at War toont een foto die wordt begeleid door een korte beeldbeschrijving en kritische analyse. Steeds opnieuw blijkt dat er sprake is van beeldmanipulatie. Na zo’n 200 oorlogsfoto’s is de boodschap voor de goede verstaander duidelijk: het is van groot belang om bewustwording te vergroten van de weaponization van oorlogsfotografie, om onszelf ertegen te leren wapenen.

 

Daar valt maar één fundamentele kanttekening bij te plaatsen: het is nog erger dan Hilary Roberts denkt. Haar suggestie lijkt te zijn dat er achter alle beeldmanipulatie uiteindelijk toch een objectieve en realistische werkelijkheid bestaat. Maar de harde werkelijkheid is dat alle betekenisgeving ‘kleuring’ impliceert. In elk proces van waarnemen, vastleggen en recipiëren worden onvermijdelijk betekenislagen geconstrueerd en op elkaar gestapeld. De fotograaf kiest altijd een bepaald perspectief (letterlijk en in overdrachtelijke zin). Hij of zij selecteert een onderwerp, of thema, kadert in, accentueert en bepaalt de beeldordening. Compositie, lijn en kleur bepalen zo mede de betekenis. De fotograaf wordt ook gestuurd én ingeperkt door techniek, context en persoonlijkheid. Vervolgens komt daar nog een opdrachtgever overheen, die betaalt, bijstuurt, censureert en aan framing doet. Waarna overdracht, publicatie en receptie volgen met weer extra betekenislagen. Dan hebben we nog de kracht en beperkingen van het genre zelf, en de beeldcultuur van een land. Dit alles tezamen maakt dat de (oorlogs)werkelijkheid altijd in hoge mate ‘fictie’ is; omdat het niet anders kan. De waarheid over oorlogen wordt altijd ‘gelogen’.

 

We zouden er goed aan doen ook dit te verdisconteren. Dus niet alleen evidente beeldmanipulatie kritisch bestuderen, maar ook de (ver)vormende kracht van waarneming en verslaglegging op zich, om ons dáártegen beter te wapenen. Laten wij vooral onszelf hierbij niet uit het oog verliezen. Beste lezer van de Militaire Spectator, kies een willekeurige illustratie uit dit vakblad. Vraag u vervolgens af: wie ‘spreekt’? Waarom en waartoe? Hoe wordt mij met visuele middelen een boodschap opgedrongen?

 

Dr. Henk de Jong, Faculteit Militaire Wetenschappen NLDA

 

The Camera at War

170 Years of Weaponizing Photography

Door Hilary Roberts

Londen (Ilex Publishers/Imperial War Museums) 2025 

255 blz.  – ISBN 9781781579657

The Camera at War

Over de auteur(s)

Gepubliceerd in