Nederland investeert stevig in Defensie: meer personeel, meer capaciteit en grotere operationele inzetbaarheid. Tegelijkertijd laten we een belangrijke bron van kennis onbenut: oud-militairen die met leeftijdsontslag, rond hun zestigste, uit dienst zijn gegaan.[1] Het huidige systeem weerhoudt oud-militairen van terugkeer bij Defensie, terwijl hun expertise juist nu van waarde kan zijn.
Wat kan de oorzaak zijn dat een oud-militair niet terugkeert bij Defensie? Wie terugkeert, verliest zijn defensie-uitkering.[2] Dit geldt voor militairen die in de jaren voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd uit dienst zijn gegaan. Het resultaat is dat veel ervaren krachten niet terugkeren, hoewel hun kennis en kunde essentieel zijn voor continuïteit en slagkracht. Tegelijkertijd rijst de vraag: als iemand wil blijven werken, waarom zou hij of zij dan nog een uitkering nodig hebben? Het systeem lijkt mensen financieel te ontmoedigen door te werken op het moment dat juist hun kennis en ervaring hard nodig zijn. Het argument dat terugkeer daardoor beperkt moet worden, richt zich met name op financiële afwegingen op korte termijn, terwijl op de lange termijn de kosten van kennisverlies veel groter zijn. Het huidige systeem voelt tegenstrijdig aan. In de samenleving kan iemand vaak blijven werken, zelfs na pensionering, met behoud van zijn financiële rechten. Waarom is dit bij Defensie anders, als het gaat om oud-militairen die een defensie-uitkering ontvangen? Iemand die nog inzetbaar is, mag niet terugkeren of verliest zijn financiële zekerheid. Zo verdwijnt waardevolle ervaring op het moment dat die broodnodig is.
Er zijn modellen te bedenken die dit knelpunt kunnen oplossen. Zo zou een systeem kunnen worden ingericht waarbij militairen na een minimale diensttijd financiële rechten opbouwen en een levenslange uitkering ontvangen, ongeacht of zij daarna doorwerken in een andere functie of als reservist binnen de krijgsmacht, zoals dat in grote lijnen ook in de Verenigde Staten het geval is.[3] Op die manier blijven financiële rechten bij terugkeer behouden, wordt ervaring beloond, blijft kennis beschikbaar en verdwijnen uitsluitingen. Daarmee kan de kennis en ervaring van oud-militairen behouden blijven en de operationele gereedheid van de Nederlandse krijgsmacht worden versterkt. De krijgsmacht is een kennisorganisatie, waarin ervaring en operationele inzichten vaak doorslaggevend zijn. Door oud-militairen weer in te zetten kan Defensie continuïteit van ervaring waarborgen en de operationele slagkracht vergroten.
Alle hens aan dek – ook na leeftijdsontslag – is geen retorische oproep. Het is een bewuste keuze: benut de kennis van wie de krijgsmacht diende en versterk daarmee de operationele gereedheid van Nederland.
* Luitenant ter zee der 1e klasse logistieke dienst mr. Stephan Ip is werkzaam bij de Koninklijke Marine. Deze gastcolumn is op persoonlijke titel geschreven.
[1] Roel Schreinemachers, 'Kamerleden bezorgd over verlies van militaire expertise: ‘Haal veteranen terug'’, RTL Nieuws, 24 januari 2026.