Er is geen tekort aan spytainment oftewel entertainment over spionage. Van boeken tot films en series: onder meer Homeland, CSI, 24, en personages zoals Jason Bourne, Jack Ryan en natuurlijk James Bond. Maar, zo stelt Amy Zegart, terwijl spytainment overal is, zijn spy facts schaars. De maatschappelijke kennis over het waarom en hoe van inlichtingendiensten is zeer beperkt, niet in de eerste plaats omdat deze diensten zelf van nature geheim dan wel geheimzinnig zijn. Ook in de wetenschap, met name in internationale betrekkingen en in de bredere politieke wetenschappen, is er relatief weinig aandacht voor inlichtingenwerk. In haar tweede hoofdstuk legt Zegart, die verbonden is aan Stanford University, scherp uit waarom zo’n gebrek aan maatschappelijke kennis over inlichtingen problematisch is. Als de enige bron spytainment is, dan krijgt het publiek een vertekend beeld van de inlichtingenwereld. Haar eigen enquêtes tonen aan dat fans van spytainment meer macht en capaciteiten toeschrijven aan inlichtingendiensten dan ze daadwerkelijk bezitten, vaker voorstander zijn van het martelen van terreurverdachten en inschatten dat er minder toezicht is dan in werkelijkheid. Dit kan complottheoriën voeden, debatten over surveillance bemoeilijken en misvattingen over martelen verspreiden. Dit laatste is immers zowel onethisch als ineffectief.

Het gebrek aan kennis werkt door op politiek-bestuurlijk niveau, waarbij Zegart stelt dat er meer Congresleden zijn met kennis van melkpoeder dan kennis van inlichtingendiensten. De decaan van West Point, brigade-generaal Patrick Finnegan, werd ooit zo bezorgd dat de serie 24 het martelen van terreurverdachten verheerlijkte bij de cadetten, dat hij langs de filmset ging om te vragen of ze ook een aflevering konden maken waar martelen averechts werkt. Toen hij in uniform op de set met dit verzoek verscheen, dacht men dat hij een acteur was.

18 inlichtingendiensten

De misvattingen over inlichtingen vormen de opmaat voor Zegarts boek Spies, Lies, and Algorithms, een ambitieus werk om een gedegen achtergrond over inlichtingen en spionage aan te bieden. Als politiek wetenschapper doet Zegart al dertig jaar onderzoek naar Amerikaanse inlichtingendiensten. Ze schreef eerder het boek Spying Blind. The CIA, the FBI, and the Origins of 9/11. Zoals ze zelf aangeeft is ze geen bewoner van de inlichtingenwereld (ze heeft nooit voor een dienst gewerkt), maar een bezoeker. Als buitenstaander – die naast literatuuronderzoek veel heeft gesproken met werknemers van inlichtingendiensten – heeft ze een frisse blik op deze nogal gesloten wereld. Enerzijds heeft ze begrip voor de uitdaging waarvoor diensten staan en de hoge verwachtingen waaraan ze moeten voldoen. Zo moeten inlichtingendiensten hoogwaardige inlichtingen generen, tijdig anticiperen op grote internationale ontwikkelingen en gebeurtenissen (liefst voorspellen), en dit  alles zonder inbreuk te maken op de privacy van anderen. Dit noemde James Clapper, destijds de directeur van de Amerikaanse inlichtingengemeenschap (DNI) ooit het probleem van ‘immaculate collection’. Aan de andere kant neemt Zegart geen blad voor de mond als het gaat om het falen van de diensten; zowel analytische missers als organisatorische misstanden. Haar boek is doelbewust breed van opzet – de subtitel luidt ‘het verleden en de toekomst van Amerikaanse inlichtingen’. Dit betreft een enorm onderzoeksveld. De VS telt inmiddels 18 inlichtingendiensten (maar een organisatie telt pas mee als die een drieletterafkorting heeft), meer dan 100.000 werknemers, zo’n 4 miljoen ‘afnemers’ die een veiligheidsclearance bezitten, en dat alles voor een prijskaartje van 85 miljard dollar per jaar. Kortom, meer dan het bnp van een aanzienlijk aantal landen. 

Valkuilen in het denkproces

De kern van het boek wordt gevormd door vier hoofstukken: een historische achtergrond van Amerikaanse inlichtingen; de beginselen van het inlichtingenwerk (knowns and unknowns), waarom analyse zo moeilijk is, en covert action. Alle hoofdstukken zijn voorzien van tabelletjes en tekstblokjes die bepaalde casuïstiek uitwerken. De historische context is origineel omdat Zegart teruggrijpt naar de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, waarin George Washington mede door spionage, list en bedrog toch de overhand kreeg over de Engelsen, die immers bekend staan als meesters van het genre. Ook worden enkele voorbeelden uit de Koreaanse Oorlog mooi beschreven. Zo was generaal Douglas MacArthur overtuigd dat indien China betrokken zou raken bij de oorlog, hun soldaten geen enkele kans hadden tegen de goed getrainde Amerikaanse militairen. Het liep anders. Het doet denken aan de verwachting van de Russische president Poetin begin 2022 dat hij Oekraïne er binnen enkele dagen onder zou krijgen. Dit conflict wordt overigens niet in het boek beschreven; toen lag het al bij de drukker. Het hoofdstuk over analyse is eveneens zeer de moeite waard en beschrijft verschillende valkuilen in het denkproces (zoals cognitive biases). Elk hoofdstuk is voorzien van goed beschreven case studies. Van de FBI-mol Robert Hanssen, tot de niet-bestaande massavernietigingswapens van Saddam en de jacht op Osama bin Laden; Zegart beschrijft het allemaal in prachtig detail.

Digitale thema’s

Een klein punt van kritiek is de nogal magere behandeling van het onderwerp cyber. Ook het woord algorithm in de titel komt er in het boek maar bekaaid vanaf. Dit is wellicht onvermijdelijk gezien de brede focus van het werk. Het hoofdstuk over Open Source Intelligence richt zich vooral op nucleaire proliferatie, maar had net zo goed meer aandacht kunnen besteden aan Bellingcat en algoritmes, die zo effectief zijn gebleken in het ontmaskeren van Russische inlichtingenofficieren. Het laatste hoofdstuk gaat met een sneltreinvaart door de thema’s van online desinformatie en offensieve en defensieve cyberoperaties. Dit had een extra hoofdstukje verdiend, met wat meer conceptueel onderscheid tussen de ingewikkelde digitale thema’s. Dit neemt niet weg dat het nieuwste werk van Zegart zeker een plek verdient in de boekenkast. Voor diegenen die enigszins ingevoerd zijn in inlichtingenstudies biedt het werk een frisse en brede blik, waarbij vooral het hoofdstuk over maatschappelijke kennis en perceptie en het hoofdstuk over het Amerikaanse toezichtstelsel nieuwe data en inzichten toevoegen aan de bestaande literatuur. Daarnaast is het boek een goudmijn aan bronverwijzingen. De tekst neemt ongeveer 275 pagina’s in beslag, maar bovendien levert Zegart nog zo’n honderd pagina’s aan eindnoten en een korte bibliografie. Toch heeft het boek het meeste te bieden aan mensen die geïnteresseerd zijn in inlichtingen, maar eigenlijk nog geen overzicht of grip hebben op het veld. Kortom, wie het onderscheid tussen een case officer (of operateur) en een bron of een agent niet kent, wordt geadviseerd om snel dit boek aan te schaffen. Ongetwijfeld zal Spies, Lies, and Algorithms ook de fans van spytainment aanspreken, want al is het vanuit een wetenschappelijke invalshoek geschreven, de mooie anekdotes, goed beschreven verhalen en vlotte schrijfstijl maken het boek bijzonder entertaining.   

Mr. dr. Sergei Boeke, Politiek Adviseur JSEC

Spies, Lies, and Algorithms

The History of American Intelligence

Door Amy B. Zegart

Princeton (Princeton University Press) 2022

424 blz. – ISBN 9780691147130

Zegart

 

Over de auteur(s)