Partizanenstrijd, zoals de Litouwse Woudbroeders ondernamen, vormt een essentieel onderdeel in het hedendaags verdedigingsconcept van het land; het komt terug in een vorm van Total Defence, waarbij de gehele bevolking een taak heeft in de huidige  landsverdediging. Op dit moment is een partizanenstrijd aan de gang in Oekraïne, waarbij de importantie van een georganiseerd verzet aantoonbaar is. Daarnaast zijn er ook historische overeenkomsten met de Woudbroeders. De historische en recente ontwikkelingen geven inzicht in de wijze waarop Total Defence kan bijdragen aan georganiseerd verzet bij een (dreigende) bezetting. Ook Nederland en andere NAVO-landen kunnen leren van deze casussen.

 

‘Zonen, ik heb liever dat jullie voor ons thuisland en voor onze waarden sterven dan voor die bezetters uit het oosten.’ Dit is wat de vader van de 21-jarige Litouwer Vytautas Balsys tegen hem en zijn jongere broers zegt als het Rode Leger in 1944 mobilisatie van jonge mannen afkondigt in het net ‘bevrijde’ Litouwen.[1] In tegenstelling tot West-Europa brengt het einde van de Tweede Wereldoorlog hier geen bevrijding, maar een andere bezetter. Net zoals vele andere Litouwse jonge mannen gaat Balsys het bos in om daar als partizaan te vechten tegen de Sovjets.[2] Patriottisme, religie en verzet tegen zware onderdrukking drijven deze Woudbroeders ertoe om tot in de jaren vijftig onder hachelijke omstandigheden te strijden. Dit gebeurt eveneens in de andere Baltische staten, Letland en Estland, alhoewel op een kleinere schaal. 

 

Litouwse partizanen van het district Tauras. Foto Wikimedia commons

 

Partizanenstrijd, zoals de Woudbroeders ondernamen, vormt een essentieel onderdeel in het hedendaags verdedigingsconcept van Litouwen; vandaag de dag komt dat terug in de vorm van de Litouwse versie van Total Defence, waarbij de gehele bevolking een taak heeft in de verdediging van het land, zoals de Woudbroeders destijds. Dit artikel zal eerst meer over hen toelichten. Daarna staan twee persoonlijke verhalen centraal die de mentaliteit van deze strijders weergeven en de rol die het Westen speelde in het Litouwse anti-Sovjetverzet. Vervolgens komt het heden aan bod met de partizanenstrijd in Oekraïne en het concept Total Defence in Litouwen. Zodoende is het verhaal van de Woudbroeders niet alleen een bijzondere en onderbelichte geschiedenis, maar ook een inkijk in de huidige mentaliteit in Oost-Europa.

 

Litouwen gevangen tussen grootmachten

 

Net zoals de Tweede Wereldoorlog eindigt ook de Eerste Wereldoorlog in Oost-Europa anders dan in West-Europa. Door het uiteenvallen van de grote rijken moeten daar de landsgrenzen opnieuw worden getrokken en ontstaan er nieuwe landen. Na een complexe en bloedige strijd tegen verschillende facties zoals de Bolsjewieken, Freikorpsen en Polen, verkrijgt Litouwen in 1920 zijn onafhankelijkheid nadat het ruim honderd jaar onderdeel was van het Russische Tsarenrijk. De Litouwers hebben tijdens de oosterse overheersing hun eigen identiteit in taal, cultuur en rooms-katholieke religie behouden, en hebben nu eindelijk een eigen staat. Donkere wolken vormen zich boven het land wanneer in augustus 1939 nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie het zogeheten Molotov-Ribbentroppact sluiten, waarbij zij Oost-Europa onderling verdelen. Gevolg is dat in juni 1940 het Rode Leger Litouwen bezet. Het communistisch regime regeert met ijzeren vuist en is volop bezig met het deporteren van tienduizenden Litouwers wanneer Hitler in juni 1941 de invasie van de Sovjet-Unie lanceert. Nog voor de Duitsers Litouwen in handen hebben, breekt een opstand uit. Hierdoor staan delen van het land onder controle van de opstandelingen.[3] Dat enkelen van hen direct pogroms organiseren, vormt een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Litouwen. 

 

De Litouwers hopen tijdens de Duitse bezetting op een vorm van zelfbestuur, waardoor een deel actief samenwerkt met de Duitsers. Vooral pijnlijk is het grote aandeel van Litouwse collaborateurs tijdens de zogenoemde Holocaust by bullets, het executeren van 150.000 Joden in 1941 en 1942 in het land (80 procent van de Joodse bevolking).[4] Wanneer het Rode Leger weer aan de poorten van Litouwen staat, richten de Duitsers een Litouwse militie op die onder de SS valt. Het doel: zo lang mogelijk de Russen tegenhouden en Poolse en Sovjetpartizanen uitschakelen. Uiteindelijk valt deze militie uit elkaar vanwege wrijving tussen het Duitse opperbevel en Litouwse officieren over de inzet. Tegelijkertijd verloopt de opmars van de Sovjets halverwege 1944 snel en veroveren zij het grootste gedeelte van het land.[5] 

 

De Woudbroeders

 

Zodra het Rode Leger terugkeert, weten de Litouwers wat hun te wachten staat: dienstplicht, collectivisatie van het land en onderdrukking van religie en cultuur. Het verzet tegen de nieuwe bezetter begint meteen. In deze eerste fase, 1944-1945, zwelt het aantal Woudbroeders aan en organiseren zij zich in een landelijke organisatie met negen districten. De mannen onttrekken zich volledig aan het openbare leven en een groot deel van de lokale bevolking in het agrarische land voorziet de partizanen van voedsel. Vrouwen doen gevaarlijk werk in het doorgeven van berichten, voedsel en munitie. Omdat de meeste mannen wel een vorm van militaire training hebben gehad, of jager of lid van een scoutingvereniging zijn, is overleven in de bossen geen probleem. Sommige gebieden in Litouwen staan in de beginfase zelfs volledig onder het bestuur van de Woudbroeders. De partizanen zijn geüniformeerd en opereren in groepen tot wel tweehonderd man, gebaseerd op de structuur van het Litouwse leger uit het interbellum. In deze fase van de strijd lijken de Woudbroeders dus feitelijk meer op een reguliere strijdmacht dan op guerrilla’s.[6]

 

Nadat het Sovjetbestuur een aantal pijnlijke nederlagen te verwerken heeft gehad, gooit het bezettingsregime het vanaf 1946 over een andere boeg. Moskou stuurt interne veiligheidstroepen, waaronder die van de KGB,[7] en lost zoveel mogelijk het Rode Leger af. De rekruten van het gewone leger zijn namelijk niet altijd overtuigde communisten; vaak zijn het minderheden die sympathie koesteren voor de Litouwse strijd. Overigens zijn niet alle Litouwers overtuigd van de zaak van de Woudbroeders. Daarom maken de Sovjets ook gebruik van lokale politietroepen en zogeheten Istrebiteli,[8] hulptroepen gerekruteerd uit veroordeelde criminelen die zich kunnen rehabiliteren door volledige medewerking in het uitvoeren van meedogenloze vergeldingsacties.[9] 

 

Met meer manschappen, infiltratietactieken en middelen zoals vliegtuigen krijgt Moskou eind jaren veertig weer de overhand. Vanuit de lucht worden kampementen van de Woudbroeders opgespoord en met grote zuiveringsacties schakelen de Sovjetveiligheidstroepen partizanen uit, soms met zware wapens zoals artillerie. Boerderijen of hele dorpen worden in de as gelegd als deze worden verdacht de Woudbroeders te steunen. Dit forceert de partizanen om in kleine groepen uiteen te gaan en zich te verstoppen in ondergrondse bunkers in het bos. Ook vermijden de Woudbroeders grootschalige vuurgevechten en richten zij zich voornamelijk op het verspreiden van anti-Sovjetpropaganda. Daarnaast bevrijden zij met overvalacties medestrijders uit gevangenissen en vallen ze voorraaddepots aan. Op hun hoogtepunt in 1948 hebben de partizanen ongeveer 30.000 strijders tot hun beschikking, maar door de uitputtingsslag daalt dit aantal snel begin jaren vijftig, net zoals de voorraden. Nieuwe aanwas wordt steeds schaarser door deportaties en toenemende administratieve controle door het Sovjetbestuur.[10] 

 

Litouwse Woudbroeders, geuniformeerd en uitgerust met buitgemaakte Sovjetwapens. Foto Wikimedia commons

 

In eerste instantie hopen de Woudbroeders door hun verzet de Sovjets te verjagen. Als dit niet lukt, hopen de partizanen dat oplopende spanningen tussen Oost en West uitmonden in een Wereldoorlog waarin de Sovjet-Unie wordt verslagen. Maar begin jaren vijftig is de situatie van de Woudbroeders penibel: toenemende verliezen, vrijwel geen westerse steun en sterker wordende Sovjets. Na de dood van Sovjetleider Stalin in 1953 is er meer ruimte voor amnestie, waarvan vele partizanen gebruik maken nu ze na jarenlange strijd in een uitzichtloze situatie zijn beland. Op enkele fanatiekelingen na geeft de meerderheid van de Woudbroeders de strijd op. Ruim 13.000 Sovjets, 20.000 partizanen en 90.000 burgers zijn omgekomen tijdens deze strijd en 200.000 Litouwers worden gedeporteerd. Het felle Litouwse verzet zorgt ervoor dat Moskou vele communistische maatregelen, zoals collectivisatie van het land, uitstelt of in mindere mate uitvoert vergeleken met andere deelrepublieken.[11]

 

Strijden voor het thuisland: Vytautas Balsys 

 

Nu de grote ontwikkelingen hierboven zijn beschreven zal de casus van Vytautas Balsys de volhardendheid van de Woudbroeders illustreren. Hij is namelijk een Woudbroeder van het eerste uur. Volgens Balsys begint het verstoppen al sinds 1940 met de eerste Sovjetbezetting. Ten tijde van de Duitse bezetting is het relatief makkelijk om uit het vizier van Duitse wervingsagenten te blijven vanwege hun beperkte grip op het dagelijkse leven in Litouwen. Wanneer de Sovjets weer terugkomen in 1944 meldt Balsys zich met zijn broers, op aandringen van zijn vader, bij het ondergrondse leger. Een van zijn eerste opdrachten eind 1944 is om een envelop met bevelen persoonlijk over te brengen naar een ander partizanenkamp. Wanneer hij voor de desbetreffende commandant staat, wordt de hut doorzeefd met kogels en vallen enkele mannen rondom Balsys dood neer, sommige bovenop hem. Hijzelf wordt twee keer geraakt en blijft stilliggen terwijl partizanen en NKVD-troepen rondom het kamp vechten. De strijd blijft onbeslist en de Sovjets druipen af. ’s Avonds komen enkele Woudbroeders terug om te zoeken naar overlevenden. Tot die tijd houdt Balsys een granaat vast, zodat hij, in het geval hij door de Sovjets dreigt te worden gevangengenomen, zijn gezicht kan opblazen. Instructies aan partizanen schrijven dit voor om te voorkomen dat door gezichtsherkenning familieleden worden opgepakt. Enkele Woudbroeders brengen Balsys naar een ondergrondse bunker, waar hij met medicijnen zijn eigen wonden verzorgt.[12] 

 

Woudbroeder van het eerste uur Vytautas Balsys. Bron: Kostas Kajenas

 

Na maanden van herstel wil Balsys een bezoek brengen aan zijn ouders om te laten weten dat hij nog leeft. Samen met zijn zeventienjarige broer Viktoras en veertien andere kameraden komt hij in de nacht van 12 juni 1945 aan. Bij het eerste daglicht openen Sovjet-veiligheidstroepen het vuur met explosieve munitie, waardoor de houten huizen in brand vliegen. In het vuurgevecht komen Viktoras en vier andere partizanen om en kunnen Balsys en de anderen ternauwernood ontsnappen. Het dorp is verwoest en de Sovjets deporteren de inwoners, onder wie de moeder van Balsys, naar Siberië. De vader ontsnapt, maar komt niet veel later tijdens een overval als Woudbroeder om bij een vuurgevecht met Sovjettroepen. De KGB pakt Balsys in 1948 op en hij ondergaat een bruut verhoor met elektroshocks en fysiek geweld. Hierna wordt hij tot tien jaar zware arbeid in de Goelag veroordeeld. In 1956 komt hij vervroegd vrij, maar mag nog niet terugkeren naar Litouwen waardoor hij tien jaar in Kazachstan in ballingschap moet leven. Hier wordt hij wel herenigd met zijn moeder en de enige nog overgebleven broer, die kort daarna overlijdt. Balsys komt ook te weten dat zijn andere broer eind jaren veertig is omgekomen tijdens een KGB-verhoor waarbij zijn schedel in een bankschroef wordt vermorzeld. Uiteindelijk keert Balsys in 1966 terug naar Litouwen om een gezin te stichten. Hij overlijdt in 2019.[13]

 

Ingevlogen door de CIA: Benediktas Trumpys

 

Het verhaal van Benediktas Trumpys laat de rol van het Westen zien in de strijd van de Woudbroeders. In de nacht van 4 oktober 1950 vliegt een ongemarkeerde C-47 (Dakota) in het luchtruim van het recent gestichte Oblast Kaliningrad (voorheen Königsberg). De twee Tsjechische piloten vliegen voor de CIA en hebben een bijzondere lading: drie Litouwse Woudbroeders. Een van hen is de 31-jarige Benediktas Trumpys, die net als de andere twee is getraind in radiotelegrafie, morsecode en sabotagetechnieken. Zij zullen na hun parachutesprong naar verschillende partizaneneenheden uiteengaan. Trumpys werkte voor de Tweede Wereldoorlog als boekhouder, maar de Duitsers pakken hem in 1943 op en sturen hem als arbeider naar de Heimat. Als de oorlog afgelopen is komt hij in dienst van een door de Amerikanen opgezette herstelwerkploeg. Trumpys vraagt in deze tijd een verblijfsvergunning aan in de Verenigde Staten, die hij in 1949 ontvangt. Maar op dat moment rekruteert de CIA hem en wil hij in de eerste plaats zijn land helpen bevrijden door te strijden als Woudbroeder. Trumpys doorloopt de CIA-training met enkele landgenoten en klimt op 4 oktober 1950 in de Dakota, uitgerust met een MP40-machinepistool, voedsel, geld en een cyanidezelfmoordpil.[14] 

 

Benediktas Trumpys (rechts), bewapend met een Sa23-25 machinepistool van Tsjecho-Slowaakse makelij, werd gerekruteerd door de CIA en boven Litouwen gedropt. Foto Wikimedia commons

Eind jaren veertig lopen de spanningen tussen het Westen en het Oosten op. De inlichtingenpositie van de Amerikanen en Britten ten opzichte van de Sovjet-Unie is op dat moment beroerd. Daarom start de CIA in 1949 een programma op om via Litouws grondgebied inlichtingen te vergaren en eventuele smokkelroutes te creëren. Het Britse MI6 houdt zich voornamelijk met Letland en Estland bezig. Het doel van de eerste missie, met onder anderen Trumpys, is om een permanente communicatielijn op te zetten waarbij de drie getrainde Woudbroeders radioberichten kunnen versturen die de CIA kan ontvangen met masten in West-Duitsland en Zweden. Helaas loopt het niet goed af met Trumpys. Op 20 mei 1951 worden hij, een andere Woudbroeder en twee vrouwen omsingeld door Litouwse politietroepen. Volgens het politierapport horen de veiligheidstroepen bij het naderen van de bunker drie pistoolschoten en de ontploffing van een granaat: Trumpys en zijn kameraden hebben zelfmoord gepleegd. Westerse pogingen om de Woudbroeders te helpen blijken gedurende jaren vijftig op niets uit te lopen. Wanneer de eerste operaties worden opgestart zijn de partizanen al aan de verliezende hand. Nog schrijnender is het feit dat de meeste agenten worden verraden als gevolg van lekken in de CIA en MI6 richting KGB.[15]

 

Partizanenstrijd in Oekraïne 

 

Op dit moment is een partizanenstrijd aan de gang in Oekraïne, waarbij de importantie van een georganiseerd verzet aantoonbaar is. Daarnaast zijn er ook historische overeenkomsten met de Woudbroeders. Net zoals in Litouwen betekent de afloop van de Tweede Wereldoorlog voor Oekraïne geen bevrijding, maar opnieuw een bezetting. Het land kende ook diverse partizanengroepen vergelijkbaar met de Woudbroeders. Naast Sovjet- en Poolse partizanen is de Ukrainska Povstanska Armiia (UPA) de grootste verzetsbeweging.[16] Net als in Litouwen hopen de Oekraïeners dat de Duitse bezetting uiteindelijk de onafhankelijkheid voor hen zal brengen. Wanneer dit uitblijft neemt het verzet tegen de Duitsers toe. Ook in Oekraïne zijn de partizanen niet alleen bezig met het verzet tegen de bezetter, zij voeren ook etnische zuiveringen uit op Joden en Polen. Wanneer het Rode Leger terugkeert in 1945 wordt de UPA vanaf 1945 een geüniformeerde anti-Sovjetstrijdgroep. Evenals bij de Woudbroeders kent de strijd van de UPA dezelfde fases en houdt het verzet gedurende de jaren vijftig uiteindelijk op. Moskou moet ook tienduizenden troepen naar Oekraïne sturen om het te pacificeren.[17] De UPA blijft een symbool van nationaal verzet. Na de Russische annexatie van de Krim in 2014 bereidt Kiev zich voor op een grootschalige oorlog. Het belang van een georganiseerde partizanenstrijd komt tot uitdrukking in de vorming van de Territorial Defence Forces (TDF) op 1 januari 2022. Hierbij worden paramilitaire milities als een aparte branche in de Oekraïense strijdkrachten opgenomen. De kern van deze milities vormen veteranen die, wanneer de oorlog uitbreekt, snel burgers kunnen opleiden en uitrusten met kleinkaliber wapens.[18] Daarnaast zorgt Kiev voor wapendepots en verspreiding van deze milities door het hele land. 

 

Wanneer de Russen op 24 februari 2022 Oekraïne binnenvallen, zwelt de TDF enorm aan: van 11.000 tot meer dan 100.000 mannen. Op verschillende plaatsen worden Russische colonnes tegengehouden door een mix van reguliere Oekraïense troepen en TDF-strijders. Door de snelle opmars van de Russen raken sommige milities afgesneden en worden daadwerkelijk partizanen (vaak in samenwerking met Special Operation Forces). Deze SOF-eenheden ondersteunen TDF-strijders in het organiseren van hinderlagen op Russische aanvoerlijnen. Regelmatig plegen partizanen aanslagen op Russische bestuurders en collaborateurs en voeren ze sabotageacties uit op essentiële infrastructuur aan de hand van SOF-inlichtingen. Van zijn kant verschaft het verzet informatie over vijandelijke troepenverplaatsingen en verdedigingswerken en geeft hoogwaardige doelen voor Oekraïense artillerie of raketten door. Dit is misschien wel hun grootste bijdrage aan de strijd.[19] Deze samenwerking tussen SOF en TDF is gebaseerd op de toepassing van het Resistance Operation Concept (ROC), waarin de Oekraïners door de Amerikanen en NAVO-partners sinds 2014 zijn getraind. Deze doctrine beschrijft hoe SOF-eenheden partizanen kunnen ondersteunen in de hierboven beschreven type missies.[20] 

 

Jonge leden van de Lithuanian Riflemen’s Union in actie tijdens een training. Foto Wikimedia commons

 

Total Defence in Litouwen: Lithuanian Riflemen’s Union 

 

De Russische militaire acties in Oekraïne zorgen ervoor dat Litouwen zich voorbereidt op een nieuwe oorlog. Na 2014 ontwikkelt Vilnius zijn versie van Total Defence en neemt dit aan als beleid.[21] Hierin staat dat de gehele maatschappij een bijdrage moet leveren aan de verdediging, zowel kinetisch als op vreedzame manieren.[22] Tegelijkertijd start de regering onderwijs- en voorlichtingscampagnes, uitgevoerd door verschillende ministeries, om nationale veiligheid als thema op de kaart te zetten. Zoals een Litouwse analist het verwoordt: ‘Resilience is society’s strength in peacetime that becomes resistance in wartime against the aggressor.’[23]Het omvangrijke programma is gericht op het voorbereiden van de bevolking op oorlog, met de nadruk op het stimuleren van de wil het land te verdedigen en het verbeteren van de militaire vaardigheden van burgers als onderdeel van de nationale verdediging.[24]

Een manier om dit te realiseren is via de Lithuanian Riflemen’s Union (LRU), een paramilitaire organisatie. Deze is opgericht in 1919 met de bedoeling de fragiele onafhankelijkheid breed maatschappelijk te beschermen. De Sovjets ontmantelen de LRU in 1940 en vele leden sluiten zich aan bij de Woudbroeders. Na de heroprichting in 1991 is het een private vereniging.[25] In november 2022 neemt het Litouwse parlement een wet aan waarbij de LRU in oorlogstijd onderdeel wordt van de strijdkrachten. Het doel is om in tien jaar van 10.000 naar 50.000 leden te groeien en de LRU ontvangt miljoenen aan subsidies. Naast het beroepsleger, dienstplichtigen en reservisten krijgt Vilnius er hiermee een unieke organisatie bij die zijn gelijke in andere landen niet kent.[26] Iedere Litouwse burger kan lid worden – het jeugdprogramma is al vanaf 11 jaar – en kent drie trajecten. Leden die voor ‘groen’ gaan krijgen voornamelijk gevechtstrainingen, ‘geel’ is voor medische en technische specialisten en ‘rood’ focust op het organiseren van burgerlijk verzet in bezette gebieden of ondersteuning van de krijgsmacht in het algemeen. Zo heeft de organisatie landelijke dekking met een eenheid in elk van de tien Litouwse districten.[27] 

 

Ten slotte 

 

De Woudbroeders zijn een voorbeeld van een verzetsbeweging die zich onderscheidt in de strijdbaarheid en volhardendheid van haar leden. De reden hiervoor is dat de Litouwers na de Duitse bezetting wisten wat hen te wachten stond; ze hadden al eerder Sovjetoverheersing leren kennen. Daarnaast leende het land zich voor de partizanenstrijd: bossen en moerassen om zich te verstoppen en een voornamelijk agrarische samenleving. Bovendien hadden de meeste mannen een vorm van dienstplicht ondergaan en was het grootste gedeelte van de bevolking bereid om haar cultuur, religie en land te beschermen. Vytautas Balsys is een goed voorbeeld van iemand die vele offers bracht voor de strijd en daarbij vrijwel zijn hele familie verloor. Benediktas Trumpys had de mogelijkheid om naar Amerika te gaan, waar al een grote Litouwse gemeenschap woonde, maar verkoos het Woudbroederschap en bracht uiteindelijk het hoogste offer. De hoop op westerse steun of op een Derde Wereldoorlog bleek niet uit te komen. Zodoende konden de Woudbroeders nooit de ongelijke uitputtingsslag winnen en het merendeel staakte de strijd in de jaren vijftig. 

 

De oorlog in Oekraïne, wederom het gevolg van een invasie uit het oosten, laat zien hoe relevant dit verhaal is. Na enkele voorbeelden van hinderlagen door partizanen tijdens het begin van de Russische invasie richt het verzet in de bezette gebieden zich tegenwoordig meer op het doorgeven van informatie. De coördinatie van TDF-strijders, het leger, SOF en verzetsbewegingen zorgt voor een effectieve organisatie die de Russen in principe overal kan raken. Maar met het uitblijven van een groot offensief vanuit Kiev is het onwaarschijnlijk dat de Oekraïense partizanen, hoe dapper ook, het verschil kunnen maken in het bevrijden van de bezette gebieden. Maar het verzet zal doorgaan, ook na een wapenstilstand, vooral door de toepassing van het ROC. 

 

De integratie van de LRU in de krijgsmacht is een goed voorbeeld van hoe Vilnius elke burger bij de verdediging van het land probeert te betrekken. Foto Wikimedia commons

 

De vraag is hoe de samenlevingen van de andere NAVO-landen kunnen bijdragen aan de bescherming van het NAVO-verdragsgebied, zoals gebeurt in de Baltische staten. Litouwen laat met zijn versie van Total Defence zien dat de regering rekent op de gehele bevolking waar het gaat om het plegen van verzet. De integratie van de LRU in de krijgsmacht is een goed voorbeeld van hoe Vilnius elke burger bij de verdediging van het land probeert te betrekken. Desalniettemin maakt men zich ook in Litouwen zorgen of de sociale cohesie groot genoeg is om de gehele bevolking mee te krijgen in deze plannen.[28] Balsys waarschuwde zelf nog met de woorden: ‘Wij [als samenleving, auteur] zijn te verdeeld in verschillende organisaties en partijen. Bovendien is Litouwen [het thuisland en cultuur, auteur] als een stiefmoeder voor ons. We mogen God danken dat we lid zijn van de NAVO, anders, tenzij we veranderen, zullen we onze onafhankelijkheid weer verliezen’.[29]

 

Daarnaast is een kritische noot op zijn plaats met de toename van militarisering in een samenleving die steeds verdeelder dreigt te worden. Zolang Total Defence patriottisch van aard is, heeft het een defensief karakter en beschouwt men zich als gelijkwaardig met andere landen. Wanneer het overslaat naar nationalisme kan een superioriteitsgevoel ontstaan ten opzichte van andere volkeren en eventueel offensief worden. Gezien de geschiedenis van etnische zuiveringen in Litouwen is een gewapende samenleving die verdeeld is potentieel gevaarlijk. Denk maar aan de gevolgen van nationalisme en wapens in het voormalig Joegoslavië. Het is daarom aan de beleidsmakers in Europese landen om de scheidslijn tussen patriottisme en nationalisme goed toe te bewaken.

 

De historische en recente ontwikkelingen geven inzichten in de wijze waarop Total Defence kan bijdragen aan georganiseerd verzet bij een (dreigende) bezetting. Ook uit de mislukkingen en de teloorgang van de Woudbroeders kunnen lessen worden geleerd. Deze lessen zijn niet alleen relevant voor de oostelijke NAVO-partners, want ook Nederland en andere NAVO-landen kunnen leren van deze casussen. 


 


[1] ‘Interview with Vytautas Balsys’, Memory Office Atminties Vietos (2025).  

 

[2] Een partizaan is iemand die strijdt voor (meestal) politieke of nationalistische doelen in een verzetsbeweging tegen de autoriteiten.

[3] A. Tekorius (red.), Partisan General Jonas Žemaitis (Vilnius, 2019) 10-14.

[4] W. Beorn, The Holocaust in Eastern Europe. At the Epicenter of the Final Solution (Londen, Bloomsbury, 2018) 67-75.

 

[5] D. Kaszeta, The Forest Brotherhood. Baltic Resistance Against the Nazis and Soviets (Londen, Hurst & Co., 2023) 129-144.

 

[6] J. Everatt (red.), Lionginas Baliukevičius. The Diary of a Partisan (Vilnius, 2008) 11-24.

 

[7] KGB staat voor Komitet gosudarstvennoy bezopasnosti, de Sovjet veiligheidsdienst. Tot 1946 zijn dit nog eenheden van de voorloper NKVD. 

 

[8] Vrij vertaald uit het Russisch: vernietigers of strijders.

 

[9] J. Daumantas, Fighters for Freedom. Lithuanian Partisans versus the U.S.S.R. (2nd Edition, Ontario, 1975) 52-56.

 

[10] J. Luksa, Forest Brothers. The Account of an Anti-Soviet Lithuanian Freedom Fighter, 1944-1948 (New York, Central European University Press, 2009) 19-25.

 

[11] Kaszeta, The Forest Brotherhood, 345-351.

 

[12] Memory Office, ‘Interview with Vytautas Balsys’.

 

[13] Ibidem.

 

[15] Kaszeta, The Forest Brotherhood, 278-285.

 

[16] Oekraïense Verzetsleger. 

 

[17] D. Marples, Heroes and Villains. Creating National History in Contemporary Ukraine (New York, Central European University Press, 2007) 382-392.

 

[18] K. Stringer, ‘Special Operations Forces (SOF). The Integrators for Total Defense and Resistance', Journal on Baltic Security 8 (2022) (1) 65-75.

 

[19] O. Ashour, ‘How Ukraine’s shadow army fights back against the Russian occupation', Atlantic Council (11 februari 2025).  

 

[20] O. Fiala, Resistance Operating Concept (The JSOE Press, 2020) xv.

 

[21] Zie voor meer achtergrond over de Litouwse Total Defence: J. Müller, ‘Havermelkcappuccino’s versus total defence’, Militaire Spectator 194 (2025) (2) 138-139.

 

[22] T. Jermalavičius en M. Parmak, ‘Societal Resilience. A Basis for Whole-of-Society Approach to National Security’, in: Glennis Napier (red)., Resistance Views. Tartu Resistance Seminar Essays on Unconventional Warfare and Small State Resistance, 2014 (The JSOU Press, 2018) 25-36.

 

[23] D. Bankauskaite en D. Slekys, ‘Lithuania’s Total Defence Review’, PRISM 10 (2023) 69.

[24] D. Rogulis, ‘Understanding Lithuania’s total defence approach in the face of Russian threat through principal-agent theory’, Security and Defence Quarterly 49 (2025) (1) 11-15.

[25] ‘History of Lithuanian Riflemen's Union’, LRU (2025). 

 

[26] D. Bankauskaite en D. Šlekys, ‘Lithuania’s Total Defense Review’, PRISM 10 (2023) (2) 67-69.

 

[27] ‘History of Lithuanian Riflemen's Union’. 

 

[28]Zie voor het belang en definitie van sociale cohesie: J Noll en A. van Vark, ‘Total defence en resilience als antwoord op hybride dreigingen?’, Militaire Spectator 194 (2025) (2) 64.

 

[29] Memory Office: interview with Vytautas Balsys.

Over de auteur(s)

Marco Middelwijk MA

Marco Middelwijk MA is docent Militaire Geschiedenis en werkt bij het cluster Onderwijs van de afdeling Operationele Dienstverlening van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

Gepubliceerd in