Een ontwerp onder het puin van de wereld

‘We were drafting the future under the shadow of extinction.’ De zin, in 1954 opgetekend in de memoires van Virginia Gildersleeve (1877-1965), is geen historische anekdote maar een strategische diagnose. De ontwerpers van het Handvest van de Verenigde Naties onderhandelden met de ervaring van totale oorlog in hun gezichtsveld: industriële vernietiging, massamobilisatie, strategisch bombardement en de eerste contouren van nucleaire afschrikking. Veiligheid was niet langer een regionale of tijdelijke aangelegenheid, maar een existentiële systeemvraag.

Gildersleeve, lid van de Amerikaanse delegatie ten tijde van de ondertekening van het oprichtingsverdrag van de VN (San Francisco, 26 juni 1945) en een van de weinige vrouwelijke afgevaardigden in San Francisco, beschrijft in haar memoires een onderhandelingsklimaat waarin de ervaring van totale oorlog en morele catastrofe nog tastbaar aanwezig was. De ontwerpers van de VN opereerden niet vanuit abstract idealisme, maar vanuit een existentieel besef: dat de bestaande internationale orde niet slechts had gefaald, maar de wereld, de mensheid en zichzelf bijna had opgeheven.

Vandaag leeft de wereld weer in angst voor – en onder dreiging van – een mogelijkheid op totale vernietiging. Juist daarom is het zo schrijnend dat dit oorspronkelijke bewustzijn is verdwenen uit het hedendaagse debat over de VN. De VN worden vandaag beoordeeld met de koelheid van een accountant, niet met het historisch besef van een architect. Men spreekt over inefficiëntie, irrelevantie en institutionele vermoeidheid, zonder zich rekenschap te geven van de vraag wat de VN oorspronkelijk bedoeld waren te worden. Het boek The Future in the Past van Shahr-Yar Mahmoud Sharei herinnert ons eraan dat dit geen semantische nuance is, maar de kern van het probleem. En het besef dat veiligheid structureel, juridisch en collectief moest worden georganiseerd, vormt de stille onderlaag van het Handvest. Dat deze onderlaag vandaag nauwelijks nog wordt herkend, terwijl oorlog opnieuw het internationale systeem vormgeeft, meer en meer, is precies de tragiek die Sharei blootlegt.

De vergissing die men collectief is gaan geloven

In het huidige strategische discours worden de Verenigde Naties vaak weggezet als irrelevant voor ‘echte’ veiligheid. De oorlog in Oekraïne, de conflicten in het Midden-Oosten, de instabiliteit in de Rode Zee en de militarisering van cyber- en ruimtedomeinen zouden aantonen dat machtspolitiek het laatste woord heeft, niet internationale samenwerking. Sharei keert dit perspectief om. Niet de VN zijn achterhaald, maar ons begrip van hun ontwerplogica.

De VN waren nooit bedoeld als een stilstaande vredesorganisatie, maar als een zich ontwikkelend veiligheidsmechanisme, dat zich moest aanpassen aan nieuwe vormen van oorlogvoering en escalatie. En daarbij heel voornaam: de VN-Veiligheidsraad was een tijdelijke commandostructuur, géén permanent machtsmonopolie. Dat deze structuur al in een vroeg levensstadium van de VN is bevroren, maakt haar vandaag kwetsbaar voor precies die vormen van oorlog die zij had moeten helpen voorkomen: langdurige interstatelijke conflicten, proxy-oorlogen en strategische escalatie zonder duidelijke exit-strategie.

Artikel 109(3): de vergeten ontstekingsknop

In een tijd waarin krijgsmachten hun doctrines voortdurend herzien en veranderen – denk aan multi-domain operations, geïntegreerde afschrikking en escalatiebeheersing – is het eigenlijk onbegrijpelijk dat de mondiale veiligheidsarchitectuur als onveranderlijk wordt behandeld. Artikel 109(3) was juist bedoeld om dat te voorkómen. Het artikel biedt een juridisch verankerd moment van strategische heroriëntatie, vergelijkbaar met een fundamentele, rigoreuze en koersbepalende defensiereview.

Sharei laat in zijn boek zien dat dit artikel de mogelijkheid bood (en nog steeds biedt!) om de VN aan te passen aan nieuwe oorlogservaringen: kernwapens, asymmetrische dreiging, hybride oorlogvoering, informatieoorlog. Het niet activeren van artikel 109(3) heeft ertoe geleid dat de VN reageren op complexe conflicten van nu met instrumenten die zijn ontworpen voor een wereld van toen, die nu niet meer bestaat.

Artikel 109 van het Handvest van de Verenigde Naties regelt hoe het Handvest zelf kan worden herzien. In lid 1 wordt bepaald dat een algemene herzieningsconferentie kan worden bijeengeroepen wanneer daarvoor een tweederdemeerderheid bestaat in de Algemene Vergadering én voldoende steun in de Veiligheidsraad. Lid 3 voegt daar een belangrijke waarborg aan toe. Het bepaalt dat, indien binnen tien jaar na de inwerkingtreding van het Handvest geen herzieningsconferentie is gehouden, het voorstel om zo’n conferentie bijeen te roepen verplicht opnieuw op de agenda van de Algemene Vergadering moet worden geplaatst. Voor dit besluit geldt uitsluitend een tweederdemeerderheid van de Algemene Vergadering; het vetorecht[1] van de permanente leden van de Veiligheidsraad speelt hier géén rol. Daarmee creëert artikel 109(3) een ingebouwd moment van institutionele herbezinning: een juridische mogelijkheid om het VN-systeem als geheel te heroverwegen, juist wanneer politieke blokkades hervorming in de weg staan. Het artikel is nooit ingetrokken of gewijzigd en is formeel nog steeds van kracht. Het vormt daarmee een sluimerend, maar juridisch robuust instrument voor verdere ontwikkeling van de Verenigde Naties

De VN Veiligheidsraad: macht als fossiel

De VN-Veiligheidsraad weerspiegelt daarmee niet het huidige slagveld, maar een historisch snapshot uit 1945. Zijn samenstelling sluit niet aan bij hedendaagse machtsverschuivingen; zijn besluitvorming is slecht toegerust op snelle escalatie, informatie-oorlog en langdurige high-intensity conflictvoering.

De waarschuwing van Eelco van Kleffens (1894-1983), Nederlands minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat de VN Veiligheidsraad ‘the jury, the judge and the executioner’ verenigt, krijgt in het licht van recente oorlogen extra zwaarte. Strategisch gezien leidt deze concentratie van macht tot besluiteloosheid op momenten dat helder gezag en tijdige interventie levens kunnen redden. Dat is geen falen van de VN als organisatie, maar van een veiligheidsstructuur die nooit is aangepast aan moderne oorlog.

Niet kapot, maar onaf

Het onderscheid tussen falen en onvoltooidheid is in het huidige veiligheidsklimaat van levensbelang. De VN falen niet omdat collectieve veiligheid een illusie zou zijn, maar omdat hun institutionele ontwikkeling is afgebroken voordat zij operationeel volwassen kon worden. Wie de VN vandaag afschrijft (en dat lijkt inmiddels wel een nationale sport), doet dat vaak op basis van het onvermogen van de VN om oorlog te stoppen, zonder te erkennen dat zij nooit het mandaat, de structuur of de politieke ruimte hebben gekregen om dat werkelijk te doen. En dat terwijl deze aanleg wél was voorzien in de ontwerpfase!

In een wereld van herbewapening, strategische rivaliteit en nucleaire dreiging is dat een veel te gevaarlijke conclusie. Zonder VN rest slechts fragmentatie: coalities van bereidwilligen die zo sterk zijn als de zwakste schakel, machtspolitiek zonder rem en escalatie zonder collectieve controle.

Wie binnen de VN heeft gewerkt, weet hoe scherp dit spanningsveld dagelijks wordt gevoeld. Ook vanuit mijn eigen professionele ervaring en mijn jarenlange betrokkenheid bij de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties is zichtbaar hoe militairen, diplomaten en civiele experts opereren in VN-missies die structureel ondermandateerd zijn. Van VN-vredesoperaties wordt verwacht dat zij stabiliteit afdwingen in conflictgebieden waar feitelijk sprake is van oorlog. Van sanctieregimes wordt verwacht dat zij strategisch gedrag beïnvloeden zonder geloofwaardige handhavingsmechanismen. Dat is geen organisatorisch falen, maar het gevolg van politieke terughoudendheid aan de top.

De kracht van Sharei’s reconstructie

Sharei’s bijdrage is dat hij deze impasse niet personaliseert, maar structureel analyseert. Hij laat zien dat collectieve veiligheid altijd afhankelijk is geweest van visionair leiderschap: leiders die bereid waren macht tijdelijk te binden om escalatie structureel te voorkomen. De oprichters van de VN begrepen dit. Hun opvolgers hebben het proces laten stilvallen. Voor militaire lezers is dit een herkenbaar patroon: geen enkele krijgsmacht kan functioneren zonder leiders die bereid zijn doctrine, structuur en bevoegdheden te herzien wanneer de realiteit daarom vraagt.

De vraag is dus niet óf de VN kunnen veranderen, maar wie dapper genoeg is om dat te doen. Artikel 109(3) biedt het juridische instrument, maar vereist politieke moed, strategische verbeeldingskracht en leiderschap dat verder kijkt dan nationale belangen en manoeuvreerruimte. Aan het einde van de dag is het eenvoudiger om af te geven op de VN – niet zeldzaam onder militairen – dan om verantwoordelijkheid te nemen voor hun voltooiing.

Wat had kunnen zijn en wat nog kan worden

Het slot van Sharei’s boek is daarom geen nostalgische terugblik, maar een ongemakkelijke onthulling. De Verenigde Naties hadden kunnen uitgroeien tot een constitutioneel volwassen organisatie waarin collectieve veiligheid was ingebed in recht, niet ondergeschikt aan macht; waarin representativiteit en legitimiteit zich hadden ontwikkeld parallel aan geopolitieke verschuivingen; waarin de VN-Veiligheidsraad een instrument was gebleven, geen eindstation.

Het meest ontregelende inzicht is dat deze toekomst niet definitief verloren is. Want Artikel 109(3) bestaat nog steeds. Het is juridisch intact, normatief krachtig en institutioneel betekenisvol. De VN zijn niet mislukt. De VN zijn blijven steken omdat we zelf niet hebben doorgepakt. Wie de VN vandaag afschrijft zonder dit onder ogen te zien, maakt zich schuldig aan een dubbele vergissing: diegene verwerpt een instituut dat nooit de kans heeft gekregen zichzelf te voltooien juist op het moment dat de wereld geen robuuster alternatief bezit.

Niet de VN hebben gefaald. Wij zelf hebben nagelaten het ontwerp af te maken.

KLTZ (SD) Caecilia Johanna van Peski MSc MA PgD

 

The Future in the Past

Reconstructing Article 109(3) of the UN Charter. Towards the San Francisco Promise to Constitutionalise the United Nations and International Law

Door Shahr-Yar Mahmoud (S.M.) Sharei

Centre for UN Constitutional Research (Brussel), 2025

427 blz. – ISBN 9798991184502

 

[1] Zie ook de documentaire ‘The Veto’ (2025), geregisseerd door Tim Slade, die toont hoe het vetorecht de militaire en politieke respons op hedendaagse conflicten structureel beïnvloedt. De film geeft in 60 minuten een indringend inzicht in de operationele consequenties van politieke besluitvorming in de VN: ‘The veto itself isn’t going away, it’s ‘veto-proof’’. 

The Future in the Past