De Europese NAVO-lidstaten versterken hun krijgsmachten. Met de verhoging van de defensie-uitgaven naar 3,5 procent plus 1,5 procent van het bbp groeien de militaire budgetten sneller dan ooit sinds de Koude Oorlog. Het doel is helder: Europa moet het eigen grondgebied kunnen verdedigen zonder afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten. Dat versterkt de afschrikking in NAVO-verband, het compenseert op termijn de verminderde betrokkenheid van de VS in het bondgenootschap en versterkt de geopolitieke positie van Europa. Maar wie alleen naar de cijfers kijkt en de politieke en maatschappelijke context buiten beschouwing laat, gaat voorbij aan een ongemakkelijke realiteit: herbewapening vraagt grote offers, met directe gevolgen voor de samenleving en de democratische samenhang. Zo wordt herbewapening niet alleen een veiligheidsproject, maar tegelijkertijd een risicovol experiment.

Meer geld leidt niet per definitie tot meer gevechtskracht

De verslechterde veiligheidssituatie en het onvoorspelbare beleid van de huidige Amerikaanse regering maken een meer zelfstandige Europese koers noodzakelijker dan ooit. Maar meer geld alleen is niet genoeg. Wanneer 29 Europese NAVO-lidstaten hun budgetverhogingen vertalen naar individuele nationale investeringen, levert dat nog geen fundamentele versterking op. Lidstaten laten hun defensie-industrieën onderling concurreren, wat de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers vooralsnog in stand houdt. Veel lidstaten verzetten zich tegen gezamenlijke Europese financiering, terwijl zij tegelijkertijd hun eigen industrie beschermen. Het resultaat is een inefficiënte, gefragmenteerde defensie-inspanning, die het streven naar strategische autonomie belemmert.

Daarbij geldt dat in de VS de overheid en vooral Defensie een sturende rol heeft in de militair-industriële ontwikkeling en -productie, terwijl in Europa juist de defensie-industrie de agenda medebepaalt en de eigen belangen van die industrie te vaak prevaleren. Het is vooral de terughoudende rol die Europese overheden in dezen vervullen die ervoor zorgt dat defensie-investeringen in Europa versnipperd zijn, waardoor er significant minder militair vermogen per geïnvesteerde euro wordt opgeleverd.

De financieringsparadox

De 5-procent bbp-norm is ambitieus. Voor Nederland betekent dit circa 50 miljard euro per jaar, vergelijkbaar met de volledige begroting voor Volksgezondheid. Voor Duitsland gaat het om bijna 750 miljard euro tot 2030. Dit geld moet ergens vandaan komen: belastingverhogingen, bezuinigingen of schuldfinanciering. Hier schuilt een paradox die politici liever vermijden: de extra middelen voor defensie worden deels onttrokken aan precies die publieke voorzieningen waarvan het draagvlak voor de democratie afhankelijk is: zorg, onderwijs, sociale zekerheid, voldoende betaalbare huisvesting. Wie de samenleving om offers vraagt, moet uitleggen hoe de lasten rechtvaardig worden verdeeld en hoe de maatschappelijke samenhang intact blijft. Die discussie moet in de meeste Europese landen nog beginnen.

Duitsland is spil én risicofactor

Als grootste Europese industriële macht speelt Duitsland een sleutelrol. De politieke context van de herbewapening in Duitsland blijft evenals in andere landen nog onderbelicht. De invloed van de Alternative für Deutschland (AfD) groeit. Hetzelfde geldt voor het Rassemblement National (RN) in Frankrijk en vergelijkbare bewegingen in Italië, Hongarije, Slowakije en Nederland. Radicale partijen danken hun draagvlak niet primair aan externe dreigingen, maar aan binnenlandse frustratie: de gevoelde kloof tussen overheid en burger, sociale onrust, inkomensverschillen, woningnood en het gevoel dat fundamentele problemen structureel onopgelost blijven.

De causale keten is ongemakkelijk maar logisch: hogere defensie-uitgaven beperken de ruimte voor sociale investeringen, wat de frustratie voedt, waarvan radicale partijen profiteren. Die partijen stellen vervolgens de democratische borging van militaire capaciteit ter discussie. Een sterker bewapend Europa met verzwakte democratische controle wordt niet veiliger, maar gevaarlijker en uiteindelijk kwetsbaarder.

Nationale herbewapening zonder Europese borging is gevaarlijk

Nationale herbewapening vereist Europese regie en borging. Wanneer die ontbreekt in een klimaat waarin radicale partijen aan invloed winnen, verwordt militaire macht snel weer tot een nationaal instrument, losgeweekt van democratische waarborgen. De crises van de jaren dertig voedden radicale bewegingen, die vervolgens gebruik maakten van de militaire capaciteit die democratische staten hadden opgebouwd. Die les heeft Europa na 1945 geleerd en vertaald naar verdragen en een gedeelde soevereiniteit. In de haast van de herbewapening dreigt die les nu te worden vergeten.

Afschrikking werkt alleen als zij geloofwaardig is, en geloofwaardigheid vereist maatschappelijk draagvlak. Een herbewapend Europa waarvan de eigen bevolking de noodzaak niet begrijpt, is militair sterk maar strategisch zwak. Rusland en andere actoren proberen die interne verdeeldheid actief aan te jagen via beïnvloeding van publieke opinie en politieke en maatschappelijke destabilisatie. Maatschappelijk draagvlak is geen bijproduct van goed overheidsbeleid, maar een harde veiligheidsvoorwaarde. Alleen een samenwerkend Europa schrikt af.

Twee sporen, één strategie

Europese veiligheid vereist een tweesporenbeleid. Het eerste spoor is een sterke defensie via verregaande pan-Europese samenwerking: collectieve financiering, geïntegreerde defensie-industrieën en bindende afspraken over inzet  van de krijgsmacht en democratische controle. Afzonderlijke nationale herbewapening levert minder gevechtskracht per euro, kost meer tijd en vergroot de spanning tussen de lidstaten.

Het tweede spoor is even cruciaal: het actief aanpakken van de maatschappelijke problemen die radicale partijen voeden: inkomensongelijkheid, woningnood, migratie, energie en klimaat. Zonder concrete vooruitgang op deze terreinen blijft elke defensiestrategie bij iedere verkiezing opnieuw een politiek discussiepunt.

De twee sporen zijn communicerende vaten. Wie de lasten van de herbewapening eerlijk verdeelt en tegelijkertijd zichtbaar investeert in maatschappelijke samenhang en de oplossing van al langer lopende kwesties, creëert het draagvlak om de defensie-inspanning langdurig op een verantwoord niveau te houden. Wie dat nalaat, rommelt aan het fundament van de Nederlandse en de Europese samenleving.

De echte keuze

Europa heeft gekozen voor herbewapening. Die moet op eigen kracht worden gerealiseerd, onder Europese regie en in combinatie met de versterking van de maatschappelijke cohesie. Dat gebeurt terwijl onze tegenstanders actief streven naar het verzwakken van Europa’s positie: door democratische instituties te ondermijnen, door sociale spanningen te vergroten en radicale krachten te steunen. Daartegen kunnen we ons alleen vanuit een sterke nationale basis collectief verweren, zowel militair als maatschappelijk. Zo moeten we onze waarden en verworvenheden beschermen, zonder aan de leiband te lopen van autocraten en oligarchen, die elk gevoel voor rechtsorde en menselijke waarden zijn kwijtgeraakt.

* Herman Timmermans is lid van de werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht (D&K) van de Gezamenlijke Officierenverenigingen (GOV).

Foto MCD

Over de auteur(s)