De uitbreiding van de krijgsmacht vraagt om meer militairen, onder wie militairen met  specialistische kennis. Een voorbeeld daarvan zijn de zogenoemde horizontale instroom en het Specialistisch Dienjaar.[1] Beide bieden mensen met specialistische en relevante kennis of werkervaring de mogelijkheid om na een verkort militair opleidingstraject, dat soms maar tien weken duurt, als militair te werken.[2] De inzet van militairen met specialistische kennis vormt daarmee onderdeel van de verdere ontwikkeling van de krijgsmacht. Tegen deze achtergrond rijst de vraag welke betekenis het militaire beroep krijgt naarmate specialistische functies een grotere plaats innemen binnen de krijgsmacht.

 

Deze ontwikkeling komt ook terug in de Defensienota 2026. Daarin staat het militair vermogen centraal. Dat vermogen wordt omschreven als de samenhang tussen de fysieke, conceptuele en morele componenten van de krijgsmacht. Alleen in samenhang kunnen deze componenten daadwerkelijk operationele effecten opleveren.[3] Met de toenemende complexiteit van militaire operaties neemt ook de behoefte aan specialistische kennis toe. Nieuwe technologieën en digitalisering vragen bovendien om militairen met uiteenlopende deskundigheid. Die ontwikkeling verbreedt het profiel van de militair die de krijgsmacht nodig heeft. Zonder specialistische kennis is een moderne krijgsmacht niet meer denkbaar.

 

Militairen met specialistische kennis zijn in de eerste plaats militair en maken, net als iedere andere militair, deel uit van een organisatie die onder operationele omstandigheden moet kunnen optreden. Daarom blijft het militaire beroep het fundament waarop specialistische deskundigheid rust. Dat vraagt om meer dan alleen vakinhoudelijke kennis. Het vereist ook inzicht in het militaire optreden, begrip van operationele besluitvorming en het vermogen om specialistische kennis toe te passen binnen een militaire operatie. Een belangrijk deel daarvan wordt ontwikkeld in de praktijk. Oefeningen, operationele stafwerkzaamheden en inzetten laten zien hoe commandovoering verloopt, hoe besluiten onder tijdsdruk tot stand komen en hoe verschillende disciplines binnen een militaire operatie samenwerken. Juist in die omgeving krijgt specialistische kennis haar betekenis.

 

De Defensienota gaat als strategisch beleidsdocument nauwelijks in op de vorming van militairen met specialistische kennis. Dat is begrijpelijk, gezien de nadruk op groei en uitbreiding. Maar dit onderwerp verdient aandacht. Het is belangrijk dat deze militairen, naast de eisen die hun functie aan hen stelt, voldoende verbonden blijven met de militaire praktijk. Voor veel specialistische functies is een blijvende bijdrage aan de ondersteuning van de organisatie inherent aan de functie. Daardoor nemen deze militairen minder vaak deel aan oefeningen, operationele stafwerkzaamheden of operationele inzetten, waardoor hun verbinding met de militaire praktijk onder druk kan komen te staan. Het duurzaam behouden van die verbinding vraagt daarom om blijvende borging.

  

Daarbij ligt niet alleen een verantwoordelijkheid bij de individuele militair, maar ook bij de organisatie. Juist wanneer militairen vanwege hun specialistische kennis worden aangesteld, zal ruimte moeten blijven bestaan voor het onderhouden van de verbinding met de militaire praktijk. De eisen die aan de specialistische functie worden gesteld, mogen er niet toe leiden dat die verbinding naar de achtergrond verdwijnt.

 

Deze aandacht voor de verbinding met de militaire praktijk doet niets af aan het belang van specialistische kennis. Zonder die kennis kan de krijgsmacht haar taken niet uitvoeren. Uitgangspunt blijft dat militair vermogen bestaat uit de samenhang van verschillende componenten. Dat onderstreept het belang van de militaire praktijk in de verdere ontwikkeling van militairen met specialistische kennis. De verdere ontwikkeling van de krijgsmacht draait daarom niet alleen om nieuwe capaciteiten en specialistische kennis, maar ook om militairen die hun deskundigheid blijven verbinden met de militaire praktijk. Juist die combinatie bepaalt uiteindelijk de kwaliteit van het militaire vermogen.


* Deze gastcolumn is op persoonlijke titel geschreven. 

[1] Ministerie van Defensie, ‘Specialisten aan de slag als dienjaarmilitair’, 26 januari 2024. 

[2] Ministerie van Defensie, ‘Specialistenopleiding’. 

[3] Ministerie van Defensie, Defensienota 2026. Samen voorwaarts! (Den Haag, ministerie van Defensie, 2026) 39.

Gepubliceerd in