In een wereld waarin geopolitieke spanningen toenemen, is het voor Nederland van essentieel belang om scherp in beeld te hebben hoe de Duitse positie is op het internationale toneel. Want wat Berlijn doet, raakt direct ook Nederland: van handel tot veiligheidsbeleid. Nederland en Duitsland werken niet alleen nauw samen op diverse gebieden, maar zijn ook elkaars belangrijkste handelspartners en militaire bondgenoten in de EU en de NAVO. Zo zijn beide landen betrokken bij gezamenlijke defensieprojecten zoals het Main Ground Combat System (MGCS), de opvolger van de Leopard 2-tank, en de Eurodrone, een onbemand vliegtuig voor verkenning en bewaking. Daarnaast is er het Duits-Nederlandse Korps, een van de weinige binationale legerkorpsen ter wereld, en samenwerking in missies zoals die in Litouwen, waar Nederlandse en Duitse troepen samen de oostflank van de NAVO versterken. Die militaire samenwerking blijft, maar Duitsland moet in de internationale politiek een flinke stap terug doen.

De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul (tweede van links) bij de stemming op 3 juni bij de VN in New York. Foto Picture Alliance/DPA, Michael Kappeler
Op 3 juni 2026 leed Duitsland een verrassende diplomatieke nederlaag in de VN: voor het eerst mislukte de herverkiezing als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad. Ondanks miljoeneninvesteringen in lobbyen, ontwikkelingssamenwerking en VN-programma’s, en profilering als betrouwbare verdediger van de internationale rechtsorde, haalde Duitsland het niet. De nederlaag heeft meerdere oorzaken en de gevolgen zijn symbolisch en strategisch. Duitsland mist nu toegang tot cruciale besluitvorming over oorlog, sancties en crises, juist in een periode van geopolitieke spanningen.
Duitsland had gerekend op een diplomatiek succes en de herverkiezing in de V-Raad leek in hun ogen een formaliteit. De Duitse campagne liep immers al jaren. Duitsland investeerde miljoenen in zijn campagne. Niet alleen in lobbyen, maar ook in ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp en VN-programma’s om stemmen te winnen. De regering van bondskanselier Friedrich Merz presenteerde Duitsland als een betrouwbare verdediger van de internationale rechtsorde, een belangrijke financier van de VN[1] en een land dat steeds meer verantwoordelijkheid wil nemen voor de veiligheid van Europa. Toch liep het finaal mis.
Toen de stemmen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 3 juni werden geteld, volgde de ontnuchtering. Oostenrijk kreeg 131 stemmen, Portugal 134 en Duitsland bleef steken op slechts 104 stemmen. Daarmee eindigde Duitsland als derde in de race om twee beschikbare zetels voor de West-Europese groep en viel het buiten de boot. Duitsland bleef zelfs ruim onder de vereiste tweederdemeerderheid van 127 stemmen. Het was de eerste keer dat Duitsland een verkiezing voor een niet-permanente zetel in de Veiligheidsraad verloor. Deze nederlaag wordt in Berlijn gezien als veel meer dan een symbolische tegenslag. Zij raakt aan fundamentele vragen over de positie van Duitsland binnen Europa en in de wereld, de effectiviteit van zijn diplomatie en de geloofwaardigheid van de regering-Merz. De Bondsrepubliek Duitsland heeft sinds haar Wiedervereinigung op 3 oktober 1990 een indrukwekkend track record opgebouwd binnen de Verenigde Naties. Het land diende sinds die tijd al zes keer als niet-permanent lid van de Veiligheidsraad en slaagde er telkens in voldoende steun te verwerven. Juist om die reden kwam de uitslag drie maanden geleden hard aan. Het vernederende: Duitsland werd deze keer ruim verslagen door twee aanzienlijk kleinere Europese landen. Voor veel waarnemers is dat een signaal dat de internationale steun voor Duitsland minder vanzelfsprekend is dan Berlijn zelf dacht. Voor het verlies bestaat niet één verklaring; volgens analisten is er sprake van een combinatie van factoren.
Mogelijke verklaringen voor de nederlaag
De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul zei dat met name Rusland actief campagne heeft gevoerd tegen de Duitse kandidatuur. Duitsland behoort sinds de Russische invasie van Oekraïne tot de meest uitgesproken Europese steunpilaren van Kiev. Het land levert militaire hulp, financiert wederopbouwprogramma’s en dringt voortdurend aan op harde sancties tegen Moskou. Binnen de VN zijn echter veel landen minder uitgesproken pro-Oekraïens dan de Europese regeringen. Vooral in delen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika leeft de opvatting dat het Westen selectief omgaat met internationaal recht. Rusland zou volgens Berlijn actief hebben geprobeerd die gevoelens te mobiliseren tegen Duitsland. Of dit daadwerkelijk het geval was, valt moeilijk te bewijzen. De stemming is geheim. Maar dat Rusland liever geen extra uitgesproken pro-Oekraïense stem in de Veiligheidsraad ziet, staat buiten kijf.
Een tweede factor betreft het Midden-Oosten. Duitsland voelt zich vanwege de Holocaust historisch verplicht tot bijzondere steun aan Israël. Tegelijkertijd heeft de oorlog in Gaza veel kritiek op Israël opgeroepen, vooral in landen van het zogeheten Global South.[2] De afgelopen jaren heeft Duitsland zich sterk geprofileerd in de vorm van steun aan Oekraïne, sancties tegen Rusland en verdediging van de internationale rechtsorde. Veel landen in het Global South vragen zich echter af waarom dezelfde principes volgens hen minder consequent worden toegepast op andere conflicten, met name in Gaza. Wadephul erkende zelf dat Duitslands bijzondere relatie met Israël mogelijk stemmen heeft gekost. Door veel staten die kritisch zijn op het Israëlische optreden wordt Duitsland gezien als een van de meest loyale bondgenoten van Jeruzalem. Dat beeld heeft de Duitse positie in de Algemene Vergadering vermoedelijk verzwakt.

De Duitse bondskanselier Friedrich Merz neemt deel aan overleg tussen de EU en de Afrikaanse Unie. De relatie tussen Duitsland en het Global South kent grote spanningen. Foto Picture Alliance/DPA, Michael Kappeler
Een derde verklaring ligt in de bredere relatie tussen Duitsland en de landen van Afrika, Azië en Latijns-Amerika. De relatie tussen Duitsland en deze landen is complex en wordt de laatste jaren gekenmerkt door spanningen op verschillende vlakken. Een voorbeeld: de begroting van het Bundesministerium für wirtschaftliche Zusammenarbeit und Entwicklung (BMZ) werd in 2025 met 1,2 miljard euro verlaagd ten opzichte van 2024, wat tot protesten leidde van ngo’s en partnerlanden. Verschillende ontwikkelingslanden ergeren zich bovendien aan wat zij zien als een moraliserende Duitse buitenlandpolitiek. Sommige diplomaten spreken van een groeiende kloof tussen hoe Duitsland zichzelf ziet en hoe andere landen hen percipiëren. Dit is voor Duitsland een pijnlijke wake-up call. De uitslag zegt veel over de verhouding tussen Duitsland en de rest van de wereld. De regering-Merz ziet Duitsland graag als een bruggenbouwer. De stemming suggereert echter dat veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika dat beeld niet delen.
Daarnaast wordt in diplomatieke kringen gewezen op fouten van Duitsland zelf. Oostenrijk voerde al jarenlang campagne voor zijn kandidatuur. Het land profileerde zich als neutrale bemiddelaar en zijn rol als gastheer van belangrijke internationale instellingen in Wenen.[3] Portugal beschikt over sterke netwerken in de Portugeestalige wereld, waaronder Brazilië, Angola en Mozambique. Duitsland trad relatief laat toe tot de race en leek ervan uit te gaan dat zijn economische gewicht en financiële bijdragen aan de VN vanzelf steun zouden opleveren. Dat bleek een stevige misrekening.
Er zijn momenteel geen aanwijzingen dat de Verenigde Staten actief tegen de Duitse kandidatuur heeft gelobbyd of VN-lidstaten hebben aangespoord om niet op Duitsland te stemmen, gezien de slechte relatie tussen president Trump en bondskanselier Merz op dat moment. Er waren publieke meningsverschillen tussen de beide leiders over de Amerikaanse rol in de wereld en de toekomst van de trans-Atlantische relatie. Trump reageerde tevens scherp op kritiek van Merz op de Iran-oorlog, waarop Washington zelfs besloot duizenden Amerikaanse militairen uit Duitsland terug te trekken. Politiek gezien kan dat indirect wel een rol hebben gespeeld. In de internationale diplomatie telt niet alleen wat landen expliciet doen, maar ook hoe zij worden waargenomen. Als andere staten zien dat de relatie tussen Berlijn en Washington onder druk staat, kan dat bijdragen aan een beeld van een Duitsland dat minder invloedrijk is dan voorheen.
De reactie in Duitsland en verdere gevolgen
De reactie in Duitsland is een mengeling van teleurstelling, zelfkritiek en politieke verwijten. In een tijdperk van economische onzekerheid kan de vraag opkomen of Duitsland wel zoveel geld moet uitgeven aan een wat sommige zien als een symbolische VN-zetel. Bondskanselier Merz noemde de uitslag teleurstellend, maar benadrukte dat Duitsland een voorvechter van multilateralisme blijft. Zijn regering probeert de schade te beperken door te wijzen op de blijvende invloed van Duitsland in de Europese Unie, de NAVO en de G7. Toch is de politieke impact aanzienlijk. Vanuit de oppositie klinkt de klacht dat Duitsland internationaal aan aantrekkingskracht verliest. Ter linkerzijde verwijten de Groenen de regering dat zij onvoldoende heeft geïnvesteerd in moderne diplomatie en te veel vertrouwde op haar oude reputatie. Volgens de rechtse partij Alternative für Deutschland (AfD) toont de mislukte poging aan dat de huidige Duitse buitenlandpolitiek te veel wordt gedreven door idealistische, multilateralistische en pro-EU opvattingen, die volgens de AfD niet in het belang van Duitsland zelf zijn. In de Duitse media wordt de uitslag omschreven als een ‘historische nederlaag’ en een ‘diplomatische afwijzing’. Op sociale media en in online discussies lopen de reacties uiteen. Sommige Duitsers zien schouderophalend de Veiligheidsraad als een steeds minder relevant en krachteloos orgaan door de voortdurende veto’s van Rusland, China en de Verenigde Staten. Anderen beschouwen de uitslag juist als een pijnlijke indicatie dat Duitsland internationaal minder invloed heeft dan gedacht.
Directe beleidsgevolgen van de nederlaag zijn beperkt. Duitsland blijft een economische grootmacht, lid van de G7, de Europese Unie en de NAVO. Toch zijn de indirecte gevolgen aanzienlijk. Een zetel in de Veiligheidsraad biedt twee jaar lang toegang tot de belangrijkste diplomatieke besluitvorming over oorlog, sancties, vredesmissies en internationale crises. Niet-permanente leden hebben geen veto, maar kunnen wel de agenda beïnvloeden en resoluties mee opstellen. Voor Duitsland betekent de nederlaag dat het juist in een periode van grote geopolitieke spanningen niet aan tafel zit wanneer cruciale besluiten over Oekraïne, het Midden-Oosten, Taiwan of de Zuid-Chinese Zee worden genomen. Daarnaast verliest Berlijn een belangrijk podium om zijn ambities voor hervorming van de Veiligheidsraad te promoten. Duitsland pleit al jaren voor uitbreiding van het aantal permanente leden en ziet zichzelf als kandidaat voor zo’n toekomstige zetel. De huidige verkiezingsnederlaag maakt die ambitie momenteel zeer moeilijk verkoopbaar.
De timing is misschien wel het meest pijnlijke aspect van de hele affaire. Sinds de Russische invasie van Oekraïne heeft Duitsland een fundamentele koerswijziging ingezet. Jarenlang werd het land bekritiseerd omdat het te weinig investeerde in defensie en te afhankelijk was van Russische energie. Onder Merz probeert Duitsland zich juist te profileren als leidende Europese veiligheidsmacht. De regering heeft omvangrijke investeringen in defensie aangekondigd, versnelt militaire modernisering en wil een grotere rol spelen binnen de NAVO en de Europese defensiesamenwerking. Die strategie rust niet alleen op militaire capaciteit, maar ook op politieke legitimiteit. Een land dat meer invloed wil hebben op het gebied van veiligheidspolitiek moet immers ook diplomatiek gezag bezitten. De nederlaag in New York creëert echter het beeld van een land dat weliswaar meer tanks en vliegtuigen aanschaft, maar er niet in slaagt voldoende steun te mobiliseren binnen de bredere internationale gemeenschap. Duitsland wil graag een leidende rol spelen, maar werd tegelijkertijd afgewezen door een zeer ruime meerderheid van de VN-lidstaten.
Is dit nationaal een probleem voor bondskanselier Merz? Ja, maar niet onmiddellijk. Merz staat binnenlands vooral onder druk van de AfD vanwege onder andere migratiepolitiek,[4] economische hervormingen en begrotingskwesties. Toch raakt de nederlaag een kernonderdeel van zijn politieke beleid. Merz presenteert zich als een kanselier die Duitsland opnieuw internationaal gewicht geeft. Hij heeft zich nadrukkelijk geprofileerd op buitenlands beleid, Europese veiligheid en steun aan Oekraïne. Een diplomatieke nederlaag van deze omvang ondermijnt dat verhaal. Tegenstanders zullen de uitslag gebruiken als bewijs dat Duitsland internationaal minder invloedrijk is geworden.
De nederlaag van Duitsland bij de verkiezing voor de VN-Veiligheidsraad is uiteindelijk meer dan een incident in de diplomatieke kalender. Ze laat zien dat economisch gewicht niet automatisch politieke steun oplevert. Ze onderstreept dat de internationale reputatie van een land voortdurend moet worden onderhouden. En ze maakt duidelijk dat de opkomst van het Global South de traditionele machtsverhoudingen binnen multilaterale organisaties verandert. Voor Duitsland is dat een ongemakkelijke les. Het land blijft een economische reus, een centrale speler binnen Europa en een belangrijke bondgenoot van Oekraïne. Maar de stemming van 3 juni toont aan dat veel landen in de wereld niet vanzelfsprekend achter Duitsland staan. Voor de regering-Merz komt die boodschap op het slechtst denkbare moment. Terwijl Berlijn een grotere militaire en geopolitieke rol voor zichzelf ziet in Europa, heeft de internationale gemeenschap het signaal afgegeven dat diplomatiek leiderschap niet kan worden afgedwongen met economische macht of defensie-uitgaven alleen. Invloed begint uiteindelijk met overtuigingskracht. En precies daar heeft Duitsland in New York een pijnlijke nederlaag geleden. Veel landen hebben niet vóór Oostenrijk en Portugal gestemd, maar tegen Duitsland. De onverwachte nederlaag van Duitsland vormt een gevoelige aantasting van zijn internationale prestige. Voor een land dat niet alleen meer militaire slagkracht wil ontwikkelen, maar ook aanspraak maakt op een grotere stem in mondiale veiligheidskwesties, is dat een schokkende boodschap.
Frankrijk, Groot-Brittannië en China
Duitsland, dat zich de afgelopen jaren profileerde als een morele en economische leider in de EU, ziet zijn internationale aanzien een gevoelige deuk oplopen en dat komt – cynisch genoeg – Frankrijk zeer goed uit. Parijs, dat al langer streeft naar een leidende rol in Europa, zal het Duitse verlies aangrijpen om zijn eigen positie als onbetwiste Europese grootmacht verder te versterken, op het gebied van defensie, Europees beleid in de EU, als lid van de G7, als permanent lid van de Veiligheidsraad en de enige kernwapenmacht in de EU. Tevens heeft het land een ruime voorsprong in de relatie met Spanje en Italië. Maar ook op economisch gebied kan Frankrijk zijn dominante positie nu benutten. Met industrieën als Dassault, Thales en Airbus heeft het nu de kans Duitsland op het gebied van wapenexport te overvleugelen. Het kernenergie-gedreven Frankrijk is daarnaast op het gebied van energiepolitiek Duitsland, dat nog tot 2038 voor een deel afhankelijk blijft van (bruin)kolen, ver vooruit. Duitsland is op energiegebied tevens voor een groot deel afhankelijk van LNG-leveranties uit Qatar en de VS.[5] Ook op dit gebied loopt Duitsland nu risico’s door zijn zwakkere diplomatieke positie.
Sinds Brexit heeft Groot-Brittannië geprobeerd om zijn invloed in Europa te behouden. De nederlaag van Duitsland biedt Londen een gouden kans om zijn relevantie in Europa te vergroten. Na de Duitse nederlaag is Londen als NAVO-lid, lid van de G7, kernmacht, zijn permanente zetel in de Veiligheidsraad, zijn traditioneel wereldwijde diplomatieke invloed via de Commonwealth en zijn special relationship[6] met de Verenigde Staten momenteel naast Frankrijk de tweede Europese pijler. Het verlies van de verkiezing door de Duitsers zal de komende periode, naast Parijs, duidelijk de politieke balans laten doorslaan richting Londen. Juist daarin zit de gevoeligheid van de Duitse nederlaag. Londen is na New York het grootste financiële centrum ter wereld. Nu Duitsland momenteel economisch kwetsbaar is, kunnen de Britten makkelijker bedrijven en investeerders aantrekken.

Friedrich Merz in gesprek met de Oekraïense president Volodymyr Zelensky. Duitsland is een van de grootste steunverleners aan Oekraïne, maar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zouden die rol in Europa weleens over kunnen nemen. Official website of the President of Ukraine
Dan is er nog het conflict in Oekraïne. Duitsland is momenteel een van de grootste steunverleners aan Oekraïne. Maar zonder zetel in de Veiligheidsraad kunnen Frankrijk en Groot-Brittannië die rol makkelijker overnemen. De Franse president Macron heeft al directe gesprekken gevoerd met zijn Russische en Oekraïense ambtgenoten Poetin en Zelensky. Nu Duitsland afwezig is, kan Parijs zich opwerpen als de belangrijkste Europese onderhandelaar. Ook wapenleveranties vanuit Duitsland zijn in gevaar als Parijs en Londen ook op dit gebied hun kans grijpen. De politieke balans zal de komende periode duidelijk doorslaan richting die beide hoofdsteden.
En dan is er nog de relatie tussen Europa en China. Dat land is uiterst gevoelig voor de diplomatieke balans in de wereld. China zal de Duitse nederlaag in de VN uitleggen als een teken van diplomatieke zwakte. Dit heeft zeer ernstige gevolgen voor de positie van Duitsland, dat de afgelopen jaren heeft geprobeerd om een evenwichtige relatie met China op de bouwen. China ziet Duitsland als een belangrijke economische partner, maar met een tanende politieke invloed verzwakt de positie van Berlijn aanmerkelijk. Duitsland, na 3 juni 2026 nog steeds een economische reus en een bondgenoot, maar momenteel internationaal gedevalueerd tot de tweede rang.
[1] Duitsland is de vierde grootste bijdrager aan het VN-budget na de VS, China en Japan.
[2] De term Global South verwijst niet naar een exacte geografische locatie onder de evenaar. Het is een sociaal-economisch en politiek concept dat voornamelijk ontwikkelingslanden, opkomende economieën en landen met een lagere levensstandaard groepeert.
[3] Wenen huisvest VN-organisaties op het gebied van atoomenergie, industriële ontwikkeling en criminaliteitsbestrijding, evenals andere grote internationale instellingen zoals de OPEC en de OVSE.
[4] De migratiepolitiek uit bondskanselier Angela Merkels tijd is een lastige erfenis voor de huidige CDU. Het heeft de partij gedwongen om zich te herpositioneren, maar de AfD blijft dit thema gebruiken om de CDU onder druk te zetten. De vraag is of de CDU erin slaagt om het vertrouwen van conservatievere kiezers terug te winnen.
[5] Duitsland heeft langjarige contracten gesloten met Qatar, waarbij vanaf dit jaar jaarlijks twee miljoen ton LNG zal worden geleverd, voor een periode van minstens 15 jaar. Dit betekent dat Duitsland voor een aanzienlijk deel (ruim 10 procent en stijgend) van zijn aardgasbehoefte afhankelijk is van LNG-import, waarbij de VS en Qatar de belangrijkste leveranciers zijn.
[6] Het VK heeft speciale banden met Washington (via de Five Eyes-alliantie) en kan nu Europese belangen vertolken in New York. Met MI6 en het Government Communications Headquarters (GCHQ) heeft Groot-Brittannië een van de krachtigste inlichtingendiensten ter wereld.