Zo nu en dan zie je ze voorbijkomen op sociale media: getuigenissen van veteranen van Afghanistan en Irak. Soldaten die praten over hun ervaringen in de strijd. Zo kwam recent weer een oude film boven van een Amerikaanse marinier, die beschreef wat hem overkwam in Irak.[1] Zijn peloton werd onder vuur genomen, en hij riep vuursteun in op een compound. Vervolgens bestormden ze het gebouw. In het halfdonker trof hij een vrouw aan, en in de hoek van de kamer, haar gezin. Haar man was dood, zwaar verminkt door zijn verwondingen. Daarnaast hun twee kinderen, stervende of al overleden. De lichtgewonde vrouw schreeuwde in het Arabisch: ‘Waarom?’ Overkomen door emoties, barstte de marinier in tranen uit. De moeder ging naar hem toe en legde haar hand op zijn wang, en troostte hem. Inshallah, zei ze, god heeft het zo gewild. De marinier zag het anders – hij had het besluit genomen, en voelde zich verantwoordelijk voor het drama. Misschien was het inroepen van vuursteun en de aanval volledig militair verantwoord, maar de gevolgen waren dramatisch. En de marinier droeg het gevolg met zich mee, maar kon het niet verdragen. 

 

Het militaire beroep wordt terecht geassocieerd met moed, kracht, verbondenheid, teamgeest en nog meer deugden. Maar er is ook een keerzijde. Oorlog betekent getuige zijn van verschrikkingen, verschrikkingen ondergaan en – wellicht het ergste van allemaal – verschrikkingen begaan of hier verantwoordelijk voor zijn. Het doden van een ander mens – en elke militair wordt hiertoe opgeleid – blijft een onnatuurlijk iets. Het gaat velen niet in de koude kleren zitten. Een soldaat die deelnam aan een bajonetaanval in de Eerste Wereldoorlog beschreef ooit hoe hij enkele seconden sneller was dan zijn tegenstander.[2] Hij stak zijn vijand neer; direct daarna werd hij fysiek onwel en werd overmeesterd door een diep gevoel van schaamte. Vaak zag hij nog het gezicht van zijn tegenstander terug in zijn dromen, en kon maar niet begrijpen waarom mensen elkaar als beesten te lijf gingen. In andere omstandigheden, merkte hij op, had de jongeman die tegenover hem stond en toevallig een ander uniform droeg, misschien wel een vriend kunnen zijn. In de geschiedenis is deze drempel van menselijkheid vaak beslecht door het dehumaniseren van de vijand. Een hellend vlak dat onherroepelijk eindigt met oorlogsmisdrijven.

 

Vijfentwintig jaar na 9/11 is een hele generatie Amerikaanse militairen getekend door uitzendingen in Irak en Afghanistan. Velen zijn meerdere keren uitgezonden geweest, meestal voor twaalf maanden per keer. De verliezen waren groot. In Afghanistan zijn sinds 2001 ongeveer 2500 Amerikaanse militairen omgekomen, in Irak ongeveer 4500. De meesten in gevechtssituaties, maar natuurlijk ook door verkeersongelukken, ziektes en andere oorzaken (en we hebben het dan nog niet over de honderdduizenden Irakezen en Afghanen die het eveneens niet hebben overleefd). Nog veel meer Amerikanen zijn gewond geraakt, maar niet alle wonden zijn zichtbaar op het lichaam. Het is minder bekend dat in de VS, sinds 2001 tot de dag van vandaag, elk jaar ruim meer dan 6000 veteranen (dus inclusief van Vietnam enzovoort) omkomen door zelfmoord. Dit betekent dat elke dag gemiddeld 17 Amerikaanse veteranen in wanhoop een einde aan hun leven maken. Een onderzoek uit 2021 schatte dat van de uitgezonden Amerikaanse militairen naar Afghanistan en Irak, meer dan 30.000 na afloop zijn omgekomen door zelfmoord; dus ruim vier keer meer dan in het gevecht.[3] Het zijn catastrofale cijfers; een blamage dat veteranen zo in de steek zijn gelaten.

 

In Europa lijkt de omvang van het drama beperkter. Militairen werden in de regel minder vaak en minder lang blootgesteld aan gevechtssituaties. Ook was de institutionele opvang na uitzendingen wellicht beter. Daarentegen was in de VS, zeker in de eerste jaren na 9/11, de maatschappelijke verering van de militair groot: applaus bij sportwedstrijden, eerst boarden bij vliegreizen, en vaak kortingen in restaurants. Dat hadden we in Europa weer niet. Een maatschappij die militaire inzet niet steunt of uberhaupt begrijpt maakt het nog moeilijker voor de veteraan om zijn ervaringen te verwerken; dat zagen we met Srebrenica. We zijn immers als maatschappij vergeten wat oorlog betekent. In Nederland is het niet duidelijk hoeveel veteranen en actief dienende militairen zijn omgekomen door zelfmoord, want de cijfers worden niet centraal bijgehouden. Wel is het duidelijk dat ook hier veel militairen worstelen met trauma’s opgelopen in dienst van hun land. Overigens betreft het niet alleen missies en gevechtssituaties, want buitensporige werkdruk of andere factoren kunnen eveneens de geestelijke gezondheid ernstig in gevaar brengen. Wonden zijn diep maar onzichtbaar, en als er weinig over wordt gesproken, dan lijkt er niets aan de hand. En daar schuilt precies het gevaar. 

     

De krijgsmacht bereidt zich voor op missies en doet alles om de soldaat goed te beschermen tegen de vijand. De cijfers uit de VS tonen echter aan dat niet de uitzending, maar de periode na terugkeer, en niet de vijand – maar eigen hand – vele malen dodelijker kunnen zijn. Wat te doen, en hoe invulling te geven aan de zorgplicht die we hebben voor onze militairen en veteranen? Er zijn meerdere sporen die hulp kunnen bieden. De geestelijke verzorging binnen de krijgsmacht; hier vind je tenslotte de belangrijkste kaart en kompas voor het leven. Er kan meer wetenschappelijk onderzoek worden verricht naar de omvang van het probleem en hoe hulp het beste in te richten. Het is goed dat niet alleen wordt gekeken naar posttraumatische stressstoornis, maar tevens naar moral injury. Bij het eerste gaat het vooral om dreiging, angst en het gevoel van machteloosheid; bij het tweede heeft de betrokkene iets ervaren (of gedaan/nagelaten) dat haaks staat op een diepgewortelde eigen morele overtuiging. De NLDA kijkt hier al naar, met onder meer baanbrekend onderzoek van professor Tine Molendijk. Maar misschien is het allerbelangrijkste het probleem beter bespreekbaar maken – en meer luisteren. Veel slachtoffers lijden in stilte en ook de omgeving blijft vaak stil. Terwijl de krijgsmacht druk is met het toekomstig gevecht, mogen we niet de kameraden vergeten die nog gevangen zitten in het vorige. 
 


[3] Thomas Howard Suitt III, High Suicide Rates among United States Service Members and Veterans of the Post-9/11 Wars (Boston University, 21 juni 2021); Costs of War Project, Watson Institute for International and Public Affairs, Brown University.

Over de auteur(s)

Mr. dr. Sergei Boeke

Sergei Boeke is Politiek Adviseur bij het Joint Support and Enabling Command.

Gepubliceerd in